Het is net boven nul als ik opsta deze zaterdagochtend. Het zijn dit soort dagen dat ik meer dan anders verlang naar wat beschutting of minder wind in de omgeving. Het leed dat bij het wonen in de polder hoort. Toch maar warm inpakken, ketting nog even voorzien van olie en de kou in. We treffen het deze winter niet met de temperaturen. De ijspegels staan regelmatig in mijn baard. Schakelen lukt amper met half bevroren vingers.

Tekst: Kees de Jong, Beeld: Martijn Zijerveld

Waar veel mensen kunnen profiteren van de beschutting van de bossen of duinen ben je in de polder altijd afhankelijk van de weergoden. Het is ook niet vreemd dat veel toerfietsers en profs er een hekel aan hebben hier te fietsen. Door de lange, eindeloze rechte wegen lijkt het weinig spannend. Zeker als je een paar keer met regen en wind tegen de laatste kilometers naar huis kunt trappen. Je wordt er wel sterker van en toch valt er veel te zien, als je maar weet welke kant je op moet fietsen.

Leesvoer NH 3

De mooiste polderplekken

Een vriend van me vroeg of ik hem vandaag de mooiste plekken van mijn vaste trainingsrondjes wilde laten zien. Geen probleem, al vraag ik rillend af of we niet beter een andere dag uit hadden kunnen kiezen. Gelukkig voel ik me sterk en uitgeslapen en ziet het weidse landschap er in elk seizoen mooi uit. In de winter is het wel een stuk minder levendig zonder bollenvelden en beesten in de wei. De benen laat ik rustig rondpeddelen om warm te worden op weg naar Restaurant Spijkerman in Purmerend waar we hebben afgesproken. Waarom Purmerend als startplaats? Purmerend is een klein gehucht tussen de meren Purmer, de Beemster en de Wijde Wormer. De mensen leefden er vroeger van de handel en visserij. De meren werden met hulp van rijke investeerders drooggelegd, waar tegenwoordig veel boerderijen staan. Sommigen al vele honderden jaren oud.

Eenmaal aangekomen bij het afspreekpunt hoef ik gelukkig niet lang te wachten op mijn maatje. We kunnen gelijk aan de slag. We rijden via Purmerend naar Spijkerboor, West-Knollendam, Zuidschermer, Ursem, Schardam, Edam, Monnickendam en Ilpendam om vervolgens weer op het startpunt uit te komen. We klikken de schoenen in de pedalen en ik wijs de weg naar het Noordhollandsch Kanaal, dat in de 19e eeuw in opdracht van koning Willem I gegraven werd en Amsterdam met Den Helder moest verbinden. Terwijl ik me probeer in te beelden hoe het er in die tijd uit heeft moeten uitzien met alle scheepvaart in de omgeving merk ik dat mijn maatje het tempo langzaam opschroeft. “Ik heb het koud”, volgt er. Alsof hij mijn gedachten kan lezen. Kop over kop rijden we met een straf tempo door om warm te worden en in no-time rijden we Spijkerboor in.

Aan de overkant van het Noordhollandsch Kanaal zijn onderweg een aantal forten gelegen. Bij ’t Heerenhuis in Spijkerboor stoppen we even. “Rechts aan de overkant kun je met wat fantasie het Fort zien waar in de Eerste Wereldoorlog soldaten gelegerd waren. In de Tweede Wereldoorlog werden NSB’ers er gevangen gehouden. Inmiddels is het al heel wat jaren werelderfgoed, net als de Beemster, het grondgebied waar het fort staat.” Mijn maatje: “Werelderfgoed op werelderfgoed dus?” “Juist, bij beter weer kun je met het pontje naar de overkant om er even rond te kijken”, antwoord ik. We lopen even naar binnen bij ’t Heerenhuis voor een kop koffie en we praten nog wat over de omgeving. De verhoogde hartslag door het temporijden zorgt ervoor dat ik warm ben, maar de keerzijde is dat de energie ook sneller opraakt, zeker met die kou. Voldoende eten en drinken is een must. Wanneer de koffie op is, vervolgen we de weg langs de Starnmeerdijk.

Leesvoer NH 4

Tintelende handen, rammelende magen

Op deze dijk die naar West-Knollendam leidt krijgen we de wind vol op de kop en de kou begint hierdoor snijdend aan te voelen. De wangen worden stijf en zelfs onder de bril door doet het bijna pijn aan de ogen. Aan het einde van de slingerweg steken we de provinciale weg over en volgen het fietspad naar rechts. Ik leid ons langs het Alkmaardermeer naar de Zuidschermer en achter me hoor ik een zucht van verlichting, we hebben nu namelijk de wind in de rug. Het tempo gaat nu weer gemakkelijk omhoog en stilzwijgend nemen we de kop over tot we bij de stoplichten aan het eind van het meer uitkomen. Aan de overkant slaan we rechtsaf om vervolgens de eerst weg links op te rijden, de Oostdijk. Terwijl we genietend om ons heen kijken, vertel ik dat de molens in de Schermer in de 17e eeuw werden gebruikt om de polder droog te leggen. Inmiddels worden er gemalen gebruikt om het gebied droog te houden.

De Oostdijk slingert mooi langs de Schermerringvaart, waar aan het einde drie molens opduiken. Veel tijd om te kijken hebben we niet. Het stoplicht springt op groen en we steken over. Na een paar kilometer gaan we rechtsaf de brug over om langs de Ursemmervaart onze weg te vervolgen. Hier kun je goed zien hoe bizar de polder eigenlijk in elkaar zit en uit hoeveel lagen hij bestaat. Om dit duidelijk te maken steken we een bruggetje over. “Kijk, dat is de Walingsdijk waar we net op reden. Een meter lager ligt de Ursemmervaart, een meter daaronder de weg waar we nu op staan en weer een meter lager de weilanden van de Mijzenpolder. Een soort trappetje dus. Meer polder dan dit krijg je het niet.” We nemen wat foto’s, drinken wat en rijden verder. Gelukkig niet meer zo verkleumd als bij het vertrek.

De volgende etappe leidt naar het Schardam. Om daar te komen moeten we eerst door Oudendijk doorsteken. Hoewel, doorsteken? Elke wielrenner in de omgeving heeft wel eens gehoord van eetcafé Les Deux Ponts. De magen rommelen en we zoeken een plekje bij de kachel om warm te blijven. Een kop koffie en een appelpunt zorgen ervoor dat we vol energie weer verder kunnen. We zullen het nodig hebben want langs de IJsselmeerdijk krijgen we de wind weer vol op de kop.

Leesvoer NH 5

Een wieltjeszuiger

Niets blijkt minder waar. Zodra we in Schardam het spoor over rijden en na een kleine helling rechtsaf slaan snijdt de gure wind van iets schuin voor ons door ons heen. De vele dijken langs het water in deze regio zijn bij uitstek dé plekken om waaierrijden te oefenen en in de praktijk te brengen. ‘Gelukkig’ krijgen we een wieltjeszuiger achter ons aan die na enige tijd besluit mee te werken zodat we dit in de praktijk kunnen brengen. Voor wie niet weet wat waaierrijden is, of hoe het werkt: je gaat in het wiel van je voorganger rijden op de positie waar je precies uit de wind zit. Degene achter jou doet hetzelfde en vervolgens rouleer je telkens. Dit gebeurt doordat de persoon op kop zich achterlangs af laat zakken om zo weer in het laatste wiel te kruipen. Op deze manier kun je met weinig moeite toch lekker door blijven rijden. Bijkomend voordeel is dat je het er nog warm van krijgt ook.

Het waaierrijden houden we een tijdje vol tot ik een trap zie die tot boven aan de dijk leidt. “Dit uitzicht moet je echt even zien,” roep ik. We nemen afscheid van onze helper en stoppen. Met de fiets op de schouder lopen we naar boven. Op slag vergeten we even de kou en zwijgen. Het opkruiende ijs is tegen de basaltblokken van de dijk geslagen en het water van het Markermeer is compleet verlaten. Aan de andere kant kijken we de polder in, waar her en der nog wat koeien in de wei staan. “Die moeten het ook koud hebben,” bedenk ik me. Zeker bij een aanhoudende vorstperiode is het de moeite waard om hier even rond te kijken en te zien hoe een bevroren Markermeer eruitziet. Ik kan het je alvast verklappen: adembenemend. Nadeel is wel dat de wind bovenop de dijk nog krachtiger is dan beneden en aangezien het nog wel even duurt voor we Edam bereiken gooien we de fietsen weer over de schouder. “Mooi hier,” zegt mijn metgezel terwijl we weer naar beneden lopen om vervolgens verder te fietsen.

Na ongeveer 6 kilometer komt Edam in zicht en draaien we de klinkers van dorpsweggetje Oorgat op. Met tintelende handen is het schudden en stoten geen pretje en het voelt dan ook als een verademing als we onze wielen weer over het asfalt horen zoeven. We steken door naar de provinciale weg waar we linksaf slaan en plaatsen de fietsen bij het eerste café dat we tegenkomen. Tijd voor iets warms! Daar weten ze bij Thomas Café wel raad mee. Onder het genot van een kop koffie leunen we met onze stoel tegen de kachel aan om lekker warm te worden. Ondertussen zorgen de versierde muren voor voldoende afleiding. Na een kwartiertje zetten we de helmen weer op, terwijl de mannen aan de bar druk verder discussiëren over de maatschappij.

Leesvoer NH 7

King of the Dykes

We zetten koers naar Monnickendam langs de Jaagweg, waar we de Purmer Ee aan onze rechterhand zien liggen. Dit is het water waarmee de Purmer vroeger rechtstreeks in verbinding met de Zuiderzee (Markermeer) stond. Over de brug slaan we rechtsaf, tot we bij een andere brug uitkomen waar we linksaf slaan. De laatste kilometers tegen de wind in. Verpieterd fietsen we Ilpendam binnen, waar we linksaf de Jaagweg richting Purmerend opdraaien. De wind is ons eindelijk weer gunstig gezind en we trappen met speels gemak langs het Noordhollandsch Kanaal tot we onder de Mandelabrug doorrijden. Hier gaan we gelijk na het viaduct rechtsaf omhoog overheen, om zo aan de andere kant van het kanaal uit te komen. Hiervandaan is het nog een paar kilometer rechtdoor om na een krappe, koude 75 kilometer bij het startpunt aankomen.

In tijden heb ik niet zo verlangd naar het geluid van uitklikkende schoenen. Met grauwe gezichten gaan de helmen en brillen af. “Help even, ik krijg m’n handschoenen niet uit.” Onze handen zijn zo verstijfd dat van enige beweging in de vingers geen sprake meer is. We gaan snel naar binnen bij Spijkerman om te genieten van een uitsmijter van het huis, een welverdiende maaltijd na een lange dag die we met tintelende vingers opeten.

De route die we fietsten laat de bekendste polders van Noord-Holland in een notendop zien en biedt genoeg mogelijkheden voor variatie. Zo kun je vanaf Avenhorn naar Hoorn of vanaf Monnickendam naar Broek in Waterland. Schroom niet om een van de vele dorpskroegen die je passeert, binnen te stappen om even bij te komen. Purmerend is ook een mooi startpunt om een keer een rondje Markermeer (140 km) te rijden.

Voor Strava-liefhebbers komt de route langs een hoop segmenten, waar je wel van goeden huize moet komen om de snelste tijd neer te zetten. Hoewel Strava bij een snelste tijd over ‘King Of the Mountain (KOM)’ spreekt kunnen we in de polder beter van ‘King Of the Dykes’ spreken. Alleen met wind in de rug is het de moeite waard om een poging te wagen.

 

Kader: 

1. ‘t Heerenhuis

Starnmeerdijk 21

1458 PM Spijkerboor

’t Heerenhuis was eens het veerhuis van de bijbehorende pont. Deze werd in de 18e eeuw opnieuw gebouwd. Het gebouw diende in de Tweede Wereldoorlog als doorvoerpunt voor voedselzoekers en onderduikers. Na de oorlog werd het een pleisterplaats voor recreanten in de omgeving.

2. Les Deux Ponts

Slimdijk 2

1631 DB Oudendijk

Les Deux Ponts ligt in een gebied waar van alles te beleven valt. Vlakbij de beruchte Westfriese Omringdijk (130 km, echte toerfietsers hebben die al eens rondgereden), het Dieselgemaal Beetskoog en natuurlijk de Beemster. Ook voor wandelaars is er in de omgeving genoeg te doen. De eigenaren van Les Deux Ponts vertellen je er graag over.

3. Thomas Café

Groot Westerbuiten 2

1135 GK Edam

Thomas Café is vernoemd naar kastelein Thomas Groot, die naast zijn baan als huisschilder achter de tap stond. Inmiddels is het een bruincafé waar je naast lekker eten en drinken ook een biljarttafel vindt of naar de koers kunt kijken. Beroemd in de omgeving en wie eenmaal is binnengeweest komt geheid vaker terug.

Start/Finish

Restaurant Spijkerman

Neckerstraat 3

1441 KT Purmerend

Tel: 0299-413787

Download

Wil je zelf deze Poldertocht fietsen?

Download de route op www.wielrenblad.soulonline.nl/routes