Fietsen langs een van de mooiste meren van Oostenrijk

De Wörthersee is een groot Alpenmeer gelegen in de prachtige omgeving van het Oostenrijkse Karinthië. Het is een fietsvriendelijke plek. Zowel de zondagsrenner als de fietsbuffel komen er prima aan hun trekken. Al is het maar omdat de meeste fietstochten eindigen in Kaiserschmarren met poedersuiker.

Tekst: Eric Mijnster, Beeld: Mikel Buwalda

Ik heb mijn stuur vast en mijn ogen dicht. Een frisse Alpenbries streelt mijn gezicht. Om te genieten van het geluid van stilte en de geur van natuur heb ik mijn ogen niet nodig. Als ik mijn ogen weer open, openbaart zich een bosrijk schouwspel omkaderd door een imposant hooggebergte. De omgeving is oogverblindend. Het natuurschoon lijkt oneindig door de weerspiegeling in het water. Ik sta samen met mijn tweewieler op een steiger in het zuiden van Oostenrijk en mis alleen een postzegel rechtsboven in mijn gezichtsveld. Ik bevind me in een levensechte ansichtkaart.

Worth1

Lust am Leben

Robert is mijn wielrengids. Hij gedraagt zich alsof dit scenario alledaagse kost is. Dat is het ook voor hem. Robert is hier geboren, getogen en uitgegroeid tot hoteleigenaar met een wielrenhart. Terwijl ik om me heen kijk, vertelt hij me van alles over Karinthië, de deelstaat waarin we ons bevinden. Bij het binnenrijden van deze regio stond er een bord langs de snelweg: ‘Kärnten – Lust am Leben.’ Robert zou een uitgelezen ambassadeur zijn om deze boodschap te verspreiden. Met ongeremd enthousiasme volgt de ene anekdote na de andere. Maar, om eerlijk te zijn: iedere anekdote gaat mijn ene oor in en mijn andere oor uit. De omgeving is absoluut achtergrondinformatie-waardig, maar met open ogen is luisteren er niet meer bij.

Samen fietsen we een lus ten noorden van de Wörthersee. Het gebied is heuvelachtig en de wegen liggen er strak bij. Extreem steile stukken komen we niet tegen. Robert kent hier elke straatsteen en trekt verrassend door, op een kilometer vals plat. In Nederland zorgen dit soort momenten soms voor een brandende luchtpijp. Vandaag blijft een inwendige vuurzee me bespaard. Je merkt pas hoe smerig Hollandse lucht kan zijn als je zuivere lucht inademt. Als Robert zich hijgend terug laat zakken, trek ik onverbiddelijk door. Na een paar honderd meter kijk ik achterom en zie het vertrokken gezicht van mijn gids. Robert zit niet meer in mijn wiel, maar staat te wachten bij de laatste kruising en gebaart dat we naar links moeten. Ik geloof er niets van.

Worth2

Via Feldkirchen in Kärnten rollen we naar de Ossiacher See. Dit meer is ongeveer half zo groot als de Wörthersee en ligt er zo’n tien kilometer bij vandaan. Ook hier heeft de aarde haar best gedaan. Door de natuurlijke stilte waan ik me in het tijdperk van jagers en bessenplukkers. Slechts mijn fiets verraadt dat het 2013 is.

“Kaffee und Apfelstrudel!,” roept Robert ineens. Veel van zijn anekdotes zijn mij ontgaan, maar dit hoeft hij geen tweede keer te zeggen. Robert leidt me naar een café in Ossiach waar het appelgebak eigenhandig gemaakt wordt. Een situatieschets: omgeven door Oostenrijks natuurschoon op een zonovergoten Oostenrijks terras met typisch Oostenrijks gebak in Oostenrijks formaat. “Lust am Leben”, zeg ik verguld in mijn beste Duits. Robert antwoordt met een knik, een alleszeggende glimlach en dezelfde drie woorden: “Lust am Leben”.

Worth3

In de achtertuin: Italïe en Slovenïe

Ik raak maar niet uitgekeken op het natuurschoon. Die wordt gekenmerkt door een scala aan groentinten en een serene rust die ik lang niet heb gevoeld. Het meer is 19 vierkante kilometer groot en bevindt zich tussen de twee grootste steden van Karinthië: Villach en Klagenfurt am Wörthersee. Met een temperatuur van 25 graden in de zomer is de Wörthersee de ideale plaats even in het meer te plonzen en uit te blazen na een enerverende tocht.

Slovenië en Italië liggen om de hoek. Op minder dan 30 kilometer ten zuiden van het meer loop je de Sloveense douanebeambten tegen het lijf. Zij bewaken de grens tussen Karinthië en Nationaal Park Triglav. Het park heeft een beschermde status sinds 1924, waardoor de kans een schuchtere bergmarmot tegen te komen groter is dan de kans op een luidruchtig motorvoertuig. Dit heeft niet in de laatste plaats te maken met het gebrek aan asfalt. Het Nationaal Park Triglav is vooral populair bij fanatieke hikers en Sloveense gezinnen die de 2864 meter hoge berg Triglav traditiegewijs beklimmen. Wielrenners vermaken zich op de wegen aan de rand van het indrukwekkende park en wagen zich doorgaans niet aan de onverharde route naar boven.

Worth6

Ten zuidoosten van de Wörthersee liggen trouwens ook geasfalteerde bergpassen die fietsers liever te voet bestijgen. Die zijn gewoon te steil. Deze Italiaanse monsters liggen op minder dan 30 minuten autorijden van het meer. Voor je het weet sta je oog in oog met giganten bekend uit de Giro d’Italia. De Monte Zoncolan is er zo een. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 11,5% gedurende 10,5 kilometer vraag je jezelf vanzelf af hoe het mogelijk is dat het asfalt niet naar beneden is gesijpeld tijdens de aanleg van het wegdek.

Ik verdenk de wegenbouwers op steile stroken wel eens van een onderlinge competitie. Het wegenbouwteam dat zoveel mogelijk hoogtemeters met zo min mogelijk asfalt weet te overbruggen, mag een week lang onbeperkt halve liters drinken op een parelwit zandstrand naar keuze. Zoiets. Hoe steiler, hoe meer punten. Toen een peloton Italiaanse asfaltspecialisten opdracht kreeg de helling naar de top van de Monte Zoncolan van een zwarte strook te voorzien, keken ze met een schuin oog naar Alpe d’Huez. Een stijging van 1061 meter over 13,8 kilometer moest verbeterd worden. Gevolg: profwielrenners die de berg op lopen. Gefeliciteerd wegenbouwers.

Worth4

Villacher Alpenstraße

In Oostenrijk liggen ook verdachte bergwegen. Toch komen de wegenbouwers nauwelijks in mijn gedachten als ik door Karinthië fiets. Robert geeft aan dat de Villacher Alpenstraße vooral de moeite waard is vanwege haar schoonheid. Ik zet mijn complottheorie direct in de ijskast. De 1172 hoogtemeters verspreid over 16,4 kilometer bevestigen mijn vermoeden dat het asfalt op deze helling door een neutraal wegenbouwteam is uitgerold. De geruststellende cijfers zorgen voor volledige ontspanning voor aanvang van de klim.

En dat goed blijkt terecht. Ook omdat na 200 meter fietsen een slagboom alle gemotoriseerde voertuigen tegenhoudt. Voor 15 euro mogen automobilisten hun route vervolgen. Fietsers hoeven geen tol te betalen. Op de Villacher Alpenstraße is het daardoor elke dag autovrije zondag: een paradijs voor wielrenners.

Hoewel je de moeilijkheidsgraad van een klim deels zelf in de hand hebt, hoort de Villacher Alpenstrasse niet thuis in het rijtje zwaarste beklimmingen. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,1% is er geen reden tot paniek. Dat er ook behoorlijk gedaald wordt tijdens de klim is wel reden tot lichte paniek. Enerzijds moet je daardoor telkens weer op zoek naar je ritme, anderzijds zijn de klimkilometers die wel omhoog gaan gemiddeld steiler dan het gemiddelde.

Worth9

Om wielrenners tegemoet te komen, hebben de wegenbouwers moraalstenen langs de weg gelegd. Elke tweehonderd meter laten de Oostenrijkers je op vierkante rotsblokken weten hoeveel kilometer je gefietst hebt. Je bent boven voordat je 17 op een steen hebt zien staan. Toch moet je flink doortrappen om boven te komen. En met de onregelmatigheid van de klim is dat niet altijd even makkelijk. Stroken van 10% omhoog worden afgewisseld met stroken van 10% naar beneden. Zelfs het neutrale Oostenrijkse wegenbouwteam blijkt sadistische trekjes te hebben. Ze zitten vast met een verrekijker op de top om te smullen van alle afgepeigerde lichamen die ze veroorzaken. Het echte genieten van het uitzicht en de fietsflow maakt om de zoveel tijd plaats voor een paar fikse vervloekingen. Dan gaat de weg weer even flink omhoog.

De top blijkt een paradijs voor MTB-ers en wandelaars. Onverharde en avontuurlijke routes leiden je naar de absolute bergtop. Ik waag me er niet aan. Het asfalt leidt me bovendien naar een berghut waar een niet te versmaden walm vandaan komt. Ik volg mijn neus en parkeer mijn tweewieler tegen de voorgevel. Op de menukaart staat Kaiserschmarren. Zo blijkt de top ook een paradijs voor wielrenners te zijn.

Worth8


Wielrennen & Wörthersee

Omdat we in 2013 leven, wordt er gewerkt aan GPS-routes in Karinthië. Verwacht wordt dat wielrenners met geavanceerde stuurcomputer er binnen enkele maanden kunnen fietsen zonder wegenkaart in de achterzak. Robert zet zich in voor een fietsvriendelijke omgeving rond de Wörthersee en doet er alles aan om de moderne wielrenner van alle gemakken te voorzien.

In zijn hotel, Seehotel Hubertushof, heeft de sympathieke gids de puntjes al op de i gezet. Er is een speciale berging voor fietsen die ’s nachts op slot gaat en de sauna wordt elke middag opgewarmd voor een ontspannen afsluiting van de dag. Wielrenners die zich na een dag in het zadel krampachtig voortbewegen door kunnen een sportmassage krijgen.

Wat eten we vandaag?

Kaiserschmarren is een typisch Oostenrijks gerecht dat veel weg heeft van de Nederlandse pannenkoek. De Oostenrijkse variant is echter veel luchtiger omdat de stijfgeklopte eiwitten pas op het laatste moment aan de rest van het beslag worden toegevoegd. Hoe maak je portie?

Klop eerst bloem (150 gram), eigeel (van drie eieren), suiker (een eetlepel) en melk (10 cl) tot een glad beslag. Klop daarna de eiwitten (van drie eieren) met zout (een snufje) stijf. Meng het eiwit vervolgens voorzichtig met het beslag, zodat de luchtigheid niet verloren gaat. Voeg tijdens het roeren rozijnen (40 gram) toe.

Bak nu een dikke pannenkoek en scheur hem na het omdraaien in kleine stukjes. Schep de Kaisersmarren op een bord, bedek hem met een laagje poedersuiker en waan jezelf in een Oostenrijkse berghut op de top van de Villacher Alpenstraße.


Meer informatie

– Woerthersee 

Rosentaler Hof

Roadbike Holidays