Veel wielrenners klagen over lage rugpijn. Een zeurende pijn die erger wordt als je bergop fietst, een zware versnelling trapt of een stuk tegen de wind in rijdt. Rémon Visser, manueel en fysiotherapeut bij Topfysio, fietst zelf ook en verklaart waar de klachten vandaan komen.

Tekst: Rémon Visser, Rozanne Slik

De oorzaken van lage rugpijn kunnen heel verschillend zijn: beenlengteverschil, een beperkte beweeglijkheid van de onderrug of een veranderd motor-controle-patroon kunnen tijdens of na het fietsen lage rugpijn veroorzaken. De lichamelijke belastbaarheid en reeds aanwezige klachten van de renner kunnen rugpijn veroorzaken en/of in stand houden. Daarnaast kan een onjuiste afstelling van de fiets meespelen. In dit artikel worden de oorzaken een voor een besproken en duidelijk gemaakt hoe je klachten kan voorkomen.

Beenlengteverschil

cycling-position-on-the-bikeWielrenners met een beenlengteverschil zitten vaak scheef op de fiets. Wanneer het verkorte been op zijn laagste punt is, zullen de schuine rugspier die van hoog in de lage rug naar de bekkenrand loopt (m. quadratus lumborum), de grote rugstrekker (m. erector trunci) en bilspieren (mm. glutei) fors moeten werken om de wervelkolom en het kantelen van het bekken te stabiliseren. Ook de bilspieren en hamstrings gaan harder werken om voldoende kracht te produceren om het tempo vol te kunnen houden. Als je langere tijd doorfietst in deze houding zal het bewegingspatroon van de heup, bekken en lage rug veranderen. Het gevolg is overbelasting van de betreffende spieren en blokkades in zowel de wervelkolom als het SI-gewricht. Het SI-gewricht vormt de verbinding tussen de wervelkolom en de benen, om precies te zijn verbindt dit gewricht het heiligbeen met het bekken. Beenlengteverschil is te corrigeren door bijvoorbeeld dikkere plaatjes onder je schoenen te plaatsen.

Beweeglijkheid van de wervelkolom

tom-voorbeeldOm met een bolle rug op de fiets te zitten moet de lumbale wervelkolom, die bestaat uit vijf lendenwervels onderaan in de rug, buigen. De beweeglijkheid van dit gedeelte van de wervelkolom kan bepalend zijn voor de hoeveelheid druk die op de lage rug inwerkt. Een diepe zit met een bolle ‘kattenrug’ is niet voor iedereen weggelegd. Vooral de combinatie van een stugge lumbale wervelkolom met een verkeerde afstelling van de afstand tussen zadel en stuur, geeft een verhoogde spanning op de structuren van de wervelkolom. Dit kan de typische pijn in de onderrug veroorzaken die voelbaar is als je na een lange fietstocht afstapt. Om de onderrug te ontlasten kan je een zadel overwegen met een lichte verhoging aan de achterkant. Door de verhoging wordt de onderrug automatisch meer gestrekt, wat de structuren van de wervelkolom ontlast.

Veranderd motor-controle-patroon
Het motor-controle-patroon is het bewegen van een of meerdere gewrichten ten opzichte van elkaar binnen een fysiologische grens. Dit wordt verzorgd door een samenwerking van het actieve systeem (o.a. de spieren), het passieve systeem (kapsel en banden) en het neurale systeem (de zenuwen). In de lage rug werken de lokale en globale stabilisatoren, volgens een motor-controle-patroon, samen om de wervelkolom optimaal te laten bewegen. De lokale stabilisatoren van de wervelkolom zijn o.a. de diepe schuine buikspier (m. transversus abdominus) en de kleine spiertjes tussen de wervels (mm. multifidi). Deze spieren zorgen ervoor dat de druk die op de tussenwervelschijf inwerkt wordt verminderd, en ze verzorgen de fijne sturing en bescherming van de wervelkolom. De globale stabilisatoren zijn onder andere de grote rugstrekker (erector spinae) en de grote rechte buikspier (m. rectus abdominus). Deze spieren verzorgen de grove sturing van de wervelkolom en houden de wervelkolom rechtop. Bij onvoldoende functie van de lokale stabilisatoren nemen de globale stabilisatoren de rol over. Hierdoor zal de wervelkolom verstijven en ongecontroleerd gaan bewegen.rugklachten-2

Voor wielrenners is het van belang dat je langere tijd met een bolle rug kan fietsen. Hiervoor is getraindheid van het krachtuithoudingsvermogen en coördinatie van de lokale en globale stabilisatoren gewenst. Het motor-controle-patroon van de wervelkolom kan veranderen door afwijkingen in lichaamsbouw, een valtrauma, onder- en overbelasting of een verkeerde afstelling van de fiets. Een veranderd motor-controle-patroon kan maken dat je met een extra gekromde rug fietst. De kleine spiertjes rond de wervels (de lokale stabilisatoren) zijn dit niet gewend en kunnen de kromming onvoldoende handhaven. Dit veroorzaakt meer spanning op de achterste structuren van de wervelkolom, waaronder de grote rugstrekkers, de tussenwervelschijf en het kapselbandapparaat (de globale stabilisatoren).

De bindweefsels en kapsels van de gewrichten in de wervelkolom bevatten sensoren die de positie van de gewrichten ten opzichte van elkaar registreren. Wanneer de wervelkolom in een bollere positie komt nemen de sensoren dit waar. Als gevolg hiervan worden de globale stabilisatoren aangestuurd om de bolling te handhaven. Langdurige belasting in deze positie leidt tot overbelasting van de globale stabilisatoren en aanhoudende spanning op het kapselbandapparaat. Door overbelasting ontstaan er knopen in je spieren, in professionele termen myofasciale triggerpoints genoemd.

Myofasciale triggerpoints: knopen in je spieren
Een knoop is te herkennen als een pijnlijke verharding in de spier, ongeveer ter grootte van een tarwekorrel. Als je op de knoop drukt voel je pijn dat uitstraalt naar een bepaald gebied in je lichaam. Elke spier heeft een eigen uitstralingsgebied waar je een zeurende pijn kan voelen. Lage rugpijn wordt dus niet altijd veroorzaakt door de rugspier zelf. Pijnklachten in de onderrug en aan de bovenkant van de bilspier kunnen veroorzaakt worden door overbelasting van de vierkante rompspier (Quadratus Lumborum). Als de knoop aan de bovenkant van het heupbot zit voel je de pijn aan de onderkant van je bilspier.

Overbelasting van de bilspieren geeft een zeurende pijn in de lage rug, bil of beenregio. De m. Piriformis, die een onderdeel is van de bilspieren en zich van de heupkop naar het heiligbeen begeeft, kan stijf en stug worden. Een overbelaste m. Piriformis kan pijn ter hoogte van het SI-gewricht, de bilregio en hamstrings veroorzaken. Mogelijke blokkades van het SI-gewricht, de lumbale of thoracolumbale wervelkolom kunnen door de manueel therapeut verholpen worden.

Samenvattend
Sluit bij lage rugpijn altijd eerst uit of lichamelijke oorzaken zoals een beenlengteverschil een rol spelen bij het tot stand komen van de klachten. Als dit niet het geval is kan de pijn veroorzaakt worden door een veranderd bewegingspatroon, een verkeerde afstelling van de fiets of een combinatie van beide. Dit zorgt namelijk voor blokkades in de wervelkolom en/of knopen in de rug- en bilspieren. Een bezoek aan de fysio- of manueel therapeut, met ervaring in dry needling, kan de pijn vaak snel verhelpen. Daarnaast kan er een oefenprogramma geadviseerd worden ter verbetering van het krachtuithoudingsvermogen en de coördinatie van de rug- en buikspieren om onderbelasting te voorkomen.

Het artikel is afkomstig uit Wielrenblad #3 2013. Wil je het gehele verhaal op je gemak kunnen teruglezen, dan kun je deze bestellen via onze webshop. Of download het magazine online via onze Soul Kiosk App. Daarnaast kun je natuurlijk altijd voor het gemak abonnee worden, klik dan op de onderstaande banner en ontvang voortaan elk magazine thuis op je deurmat.

Wielrenblad_Bannertje