Joost-Jan Kool (36) houdt van schrijven en de fiets. Hij kan deze passies voor Het Wielrenblad combineren.

Toen mijn toenmalige vriendin me lang geleden met schuim op mijn benen en een scheermes in de aanslag aantrof in de badkuip, was onze relatie voorbij. Achteraf gezien een zegen, want een echt leuk stel waren we niet. Een paar maanden daarvoor had ik bij toeval een fiets gekocht en al snel ging het mis. Ik werd smoorverliefd en wanneer het maar kon, bereed ik mijn nieuwe liefde. Er was geen houden meer aan en wat begon met een beetje ontspannen rondtoeren, sloeg al snel om in een totale, niet te temmen overgave aan de sport. Van een ietwat te zware, gezellig op de bank hangende goedzak veranderde ik in een afgetrainde, op zijn training en zichzelf gerichte fanatiekeling. Wielrennen werd mijn way of life. Mijn ex had er allemaal niks mee en mijn kale, in haar ogen verwijfde, benen waren voor haar de spreekwoordelijke druppel. De fiets had zich als een wig in onze liefde gedrongen en een weg terug was er niet meer.

Tijdens mijn eerste fietstocht met gladgeschoren kuiten keek ik meer omlaag dan vooruit op de weg. Eindelijk was ik een echte wielrenner en met volle teugen genoot ik van de spierbundels die ik hoogstpersoonlijk op mijn benen had getraind en die lange tijd door een bos haar aan het oog onttrokken waren geweest. En ergens in die periode moet het zijn gebeurd; ik werd een etalageruitrenner, een ijdeltuit op twee wielen. Geen groter genot dan de wielrenner te bekijken die naast me in de etalageruit reed. Altijd een goed passend shirt, een bijbehorende broek, een kek brilletje, witte kousen en natuurlijk glad geschoren benen.

Inmiddels zijn er veel jaren voorbij gegaan en is de renner die ik hoopte te worden, er nooit gekomen. Twee zaken echter zijn nooit veranderd: Ik houd nog steeds zielsveel van de fiets en mezelf soigneren kan ik nog altijd als de beste. En hoe gewoon het ook voor me is; het blijft toch iets bijzonders dat scheren van je benen. Volgens de overlevering was het de Fransman Marcel Berthet die er begin vorige eeuw in zijn jacht op de optimale aerodynamica mee begon. In eerste instantie werd hij uitgelachen door zijn collega’s, maar hij was succesvol en, misschien nog wel belangrijker, de vrouwen waren gecharmeerd van zijn gladde benen. Wat maar aan wil geven dat mijn ex geen smaak had. Mijn huidige vrouw maakt het overigens niet zo heel veel uit. Ze neemt me zoals ik ben en daar ben ik erg gelukkig mee.

Een keer ging het mis. Het was al ergens in juni, maar ik had nog steeds spierwitte benen. In de badkamer bij mijn ouders zag ik een flesje staan. ‘Egaal bruin in 24 uur, gelijkmatig op de huid aan te brengen voor een optimaal resultaat’, stond er op het etiket. De volgende morgen stapte ik verwachtingsvol uit mijn bed om even later ter plekke door de grond heen te zakken: op mijn benen was een wortelkleurig luipaardenpatroon ontstaan. De dagen erna werd het eindelijk lekker weer en trainde ik met beenstukken aan.