Ik woon aan de grens. In het dal van de Jeker en de Maas, ofwel La Meuse, zoals de rivier direct ten zuiden van de grens genoemd wordt. In mijn stad heerst een landklimaat. De winters zijn hier kouder met meer sneeuw, de lentes en zomers zijn er warm en zwoel. Het tempo ligt er merkbaar trager, een Bourgondisch werkklimaat, joie de vivre. Ik hou van mijn stad en de heuvels die de stad omarmen: ten Oosten het Plateau van Margraten, ten Westen de Haspengouw, ten Zuiden de Ardennen. Een gedroomde uitvalsbasis voor een hobbycoureur.

wielrenblad_leesvoer_column_Rue_des_Cyclistes

Al twintig jaar weer draai ik hier mijn rondjes. Mijn wieg stond in het Brabantse land, maar inmiddels denk ik Heuvellands en ben ik het. Er zijn ook dagen dat ik het Heuvelland mijd. Dat zijn de dagen waarop u van boven de rivieren mijn Heuvelland onveilig maakt. Op uw blinkende racers met te groot verzet. De Volta Limburg Classic, Amstel Gold Race, Limburgs Mooiste, Mergelheuvelland tweedaagse; het lijstje van toertochten wordt steeds langer. Ik geef u geen ongelijk. Als ik in Hardegarijp, Heerhugowaard of Heenvliet zou wonen had ik al lang een pied-à-terre aan de Camerig gekocht.

Ik maak graag plaats voor gelijkgestemden. Op drukke dagen trap ik gewoon zuidwaarts. Want tussen Heuvelland en Ardennen ligt een verborgen vallei vol heerlijkheden. Bij Mesch glip ik tussen twee betonnen grenspalen de Voerstreek in. Daar rijd ik soms door ’s-Gravenvoeren, soms door Fouron-le-Compte richting het Land van Herve. Hoewel de taalstrijd al lang geluwd is, is er soms nog een grapjas met spuitbus aan de gang geweest. Ook na twintig jaar ontdek ik nog nieuwe paden en mooie vergezichten. Maar bovenal zijn het de plaatsnamen die me keer op keer het gevoel geven op vakantie te zijn. Want zeg nou zelf, mooier dan een klim naar Saint-Jean-Sart of door het Bois de Mauhin kun je op een gewone doordeweekse avond toch niet krijgen?

De wegen in de Voerstreek zijn de laatste jaren flink opgelapt. De automobilisten rijden je er op drukke zomerse dagen niet van de weg. Een stop bij patissier Jean Pierre in Aubel is een feest op zich. Dus als ik fietsgasten uit het “Noorden” krijg, gids ik ze quasi nonchalant de grens over. Succes gegarandeerd. Er is slechts één nadeel, het is er zo mooi dat ze altijd terug zullen gaan.

Petra Uittenboogaard alias @drsPe is mama, schrijft stukjes, eet bolus bij de koffie en kan heel hard fietsen.

Deze column verscheen eerder in Wielrenblad #1. Klik hier om het nummer  te bestellen in onze webshop.