Fietsen is vooral leuk bij aangename temperaturen en zonder neerslag, maar daarvoor wonen we in het verkeerde land. Gedurende de Hollandse winter tovert vorst het asfalt om in een slechte schaatsbaan en blijkt bevroren bidonwater met geen mogelijkheid te drinken. De komende maanden kunnen we de extra kledinglagen weer uit de kast trekken, als we ons trapijzer überhaupt al van stal halen. Toch is er een manier om gedurende de koudste en natste tijd van het jaar te genieten op twee wielen en een zadel. Nederland heeft namelijk drie overdekte wielerbanen en daar zijn de omstandigheden altijd ideaal.

De baan 1

Tekst: Eric Mijnster // foto’s: Wouter Roosenboom

Kraken

In mijn herinnering zie ik mijn fietsvrienden afzien in een sneeuwstorm, terwijl ik hier over de latten dender. Het gekraak van iedere meter in de eikenhouten ovaal me doet denken aan geslenter op natuurijs. Ik zou graag langer stilstaan bij de fijne atmosfeer in het Velodrome, maar dat kan nu even niet. Eenmaal op snelheid verandert de akoestiek in de hal namelijk in het gebulder van een razende achtbaan en schiet mijn adrenalinepeil en hartslag rigoureus omhoog. Horizontaal vlieg ik door de bochten en als een raket raas ik over het rechte eind. Keer op keer, ronde in ronde uit, aan één stuk door. Als zelfs mijn benen beginnen te kraken op het ritme van de baan, is stoppen geen optie.

Het houtwerk is slechts tweehonderd meter lang, maar voelt oneindig. Elke ronde is er een van de velen en wat volgt is identiek aan wat ik achter de rug heb. Het gaat hier niet om de omgeving of het overwinnen van natuurlijke obstakels als heuvels en wind. Er is ook geen toeristische trekpleister waar wielerrecreanten massaal in de remmen knijpen om een foto te maken voor het thuisfront. Ik kan niet eens remmen. En ook niet schakelen. En mijn benen stilhouden al helemaal niet. Het rijtuig waar ik op zit is namelijk een fixie zoals elke baanfiets: een doortrapper zonder versnellingen en zonder rem. De wereld bestaat hier uit een stapel plinten en de voortdurende rotatie van de pedalen. Alles draait hier om mijn lichaam dat constant zo regelmatig beweegt dat ik machinale trekjes vertoon. In feite doe ik hier niets anders dan trappen, en dat maakt baanwielrennen fietsen in zijn puurste vorm. Ik houd van de baan.

debaan3

Historie

In Nederland werd het baanwielrennen immens populair toen de regering in 1905 besloot wegwedstrijden te verbieden. Plotseling groeide de interesse in de koers op de piste en ontstond er een enorme behoefte aan wielerbanen. Zo gevraagd, zo gebouwd. Zo vanzelfsprekend als voetbalvelden nu zijn, zo vanzelfsprekend waren betonnen ovalen honderd jaar geleden. In elke uithoek van het land was een omloop te vinden die fietsers in staat stelden zichzelf uit te leven. Met name Pieter Daniel Moeskops (1893 –1964) uit Loosduinen sprintte zichzelf tot icoon van de sport. Vanaf 1914 groeide hij uit van fietskoerier tot vijfvoudig wereldkampioen en daarmee zette de pezige coureur Nederland pontificaal op de kaart als baanwielerland. 27 Decennia lang nam de belangstelling onverminderd toe, maar het enthousiasme werd zonder pardon de kop in gedrukt door de afbraak van tientallen pistes in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Toch bleven de ogen gericht op deze tak van sport, want Nederland was inmiddels verslingerd geraakt aan een nieuwe traditie: de zesdaagse.

De allereerste echte zesdaagse vond plaats in 1899 in het Madison Square Garden in New York. ‘Echte,’ omdat de meerdaagse evenementen tot op dat moment als individu verreden werden. In de Big Apple werd het toernooi in duo’s verreden en dat is sindsdien niet meer veranderd. Dat is tevens de reden dat de koppelkoers – zoals we deze vandaag de dag kennen – officieel de Madison heet. De zesdaagse overtrof alle andere wielerdisciplines op gebied van ambiance en heroïek. Het was namelijk de bedoeling om in een veredelde circustent gedurende 144 uur zoveel mogelijk kilometers af te leggen. In 1899 trapte het duo Miller en Waller ruim 4309 kilometer bij elkaar en daarmee kregen zij de primeur door de allereerste echte zesdaagse te winnen.

Omdat ook Nederlandse pistiers indruk maakten in het circuit, was het een kwestie van tijd voordat het wielerspektakel onze landsgrenzen bereikte. In1932 was het eindelijk zover. In dat jaar werd het startschot gelost voor de Zesdaagse van Amsterdam en onze voorouders waren direct verkocht. De combinatie van sport en amusement maakte zesdaagse-baanwielrennen sensationeel. Dat is tegenwoordig niet anders.

Zesdaagse

Net zoals er in het wegwielrennen onderscheid wordt gemaakt tussen een wegrit en een tijdrit, zo zijn er ook in het baanwielrennen meerdere disciplines. De huidige zesdaagse bestaat niet meer uit 144 uur lang kilometers eten, maar uit een combinatie van grofweg alle onderdelen bij elkaar. Het evenement is daardoor in de loop der jaren uitgegroeid tot een razendsnelle wedstrijd vol tactiek en diversiteit. Gedurende zes avonden wordt er gestreden in twee verschillende competities: de sprinters en de koppels. Beide competities wisselen elkaar continu af, waardoor er constant wat te zien is op de latten. Je kijkt daardoor iedere minuut je ogen uit.

In de vorige eeuw liep het publiek warm van smaakmakers als René Pijnen, Peter Post en Piet van Kempen. Zo’n tien jaar geleden wekten twee andere landgenoten indruk: Robert Slippens en Danny Stam. Het koningskoppel schreef in de periode 2003-2008 maar liefst elf evenementen op hun naam, waaronder drie keer Amsterdam. In dezelfde jaren regeerde Theo Bos – die destijds veelvuldig floreerde als baansprinter en zilver pakte op de sprint-discipline tijdens de Olympische Spelen in Athene. De rappe man uit Hierden liet in heel Europa zien hoe hard hij kon fietsen, ook in Rotterdam. Want de Zesdaagse van Rotterdam, dat is de ‘Champions League’ der zesdaagsen. Elk kalenderjaar start met het wielerspektakel in de havenstad. Afgelopen edities spleten klasbakken als Sir Cris Hoy, Jason Kenny en Niki Terpstra de plinten in Ahoy. Laatstgenoemde kreeg in 2013 én 2014 zelfs bloemen en kussen van de rondemissen vanwege zijn positie in het eindklassement. Samen met Omega Pharma-Quick- Step collega Iljo Keisse beklom hij de hoogste trede van het ereschavot na zes dagen koers.

DISCIPLINES In HET BAAnWIELRENNEN

SPRINT, Twee renners nemen het tegen elkaar op in een rechtstreeks duel van drie rondes. Degene die de finishlijn als eerst passeert, is de winnaar.

TEAMSPRINT, Drie renners van één team nemen het op tegen drie renners van een ander team. Beide teams starten gelijktijdig, maar elk aan een andere lange zijde. Het team dat het snelst drie rondes rijdt, is de winnaar. Toevoegen: Herenteams bestaan uit trio’s; vrouwenteams uit duo’s.

KEIRIN, Zes renners worden gedurende vijfenhalve ronde op gang getrokken door een derny. Op het moment dat de derny de baan verlaat begint de sprint. Degene die na acht rondes de finishlaan als eerst passeert, is de winnaar.

TIJDRIJDEN, Elke renner gaat individueel de baan op. Degene die het snelst 1000 meter rijdt, is de winnaar. Toevoegen: De vrouwen strijden op 500 meter.

ACHTERVOLGING, Twee renners starten gelijktijdig, maar elk aan een andere lange zijde. De renner die het snelst 4000 meter rijdt, is de winnaar. Toevoegen: De vrouwen strijden op 3000 meter.

TEAMACHTERVOLGING, Vier renners van één team nemen het op tegen vier renners van een ander team. Beide teams starten gelijktijdig, maar elk aan een andere lange zijde. Het team dat het snelst 4000 meter rijdt, is de winnaar. De vrouwen strijden op 3000 meter.

DERNY, Meerdere renners nemen het tegen elkaar op in een rechtstreeks duel van 40 kilometer. Allen rijden de hele wedstrijd achter een derny. Degene die de finishlijn als eerst passeert, is de winnaar; bij de vrouwen na 25 kilometer.

PUNTENKOERS, Meerdere renners nemen het tegen elkaar op in een rechtstreeks duel van 40 kilometer; bij de vrouwen na 25 kilometer. Elke twee kilometer zijn punten te verdienen met een tussensprint. Een renner kan 20 punten verdienen door het deelnemersveld een ronde te dubbelen. Degene die aan het einde de meeste punten heeft, is de winnaar.

de baan 4

MADISON, Meerdere koppels nemen het tegen elkaar op in een rechtstreeks duel van een bepaald aantal minuten. Elke twee kilometer zijn punten te verdienen met een tussensprint. Een koppel kan een ronde voorsprong verdienen door het deelnemersveld een ronde te dubbelen. Degene die aan het einde de meeste rondes voorsprong heeft, en indien het aantal rondes gelijk is het meeste punten heeft, is de winnaar.

SCRATCH, Meerdere renners nemen het tegen elkaar op in een rechtstreeks duel van 15 kilometer; bij de vrouwen na 10 kilometer. Degene die de finishlijn als eerst passeert, is de winnaar.

OMNIUM, Een combinatieklassement van verschillende disciplines.

* Aantallen zijn gebaseerd op de regels voor mannen

Zelf de baan op?

Voor de Zesdaagse van Rotterdam wordt een demontabel houtwerk gebruikt dat jaarlijks wordt opgebouwd in Ahoy, maar Nederland kent ook drie overdekte wielerbanen die permanent in gebruik zijn: het Sportpaleis in Alkmaar, het Omnicentrum in Apeldoorn en het Velodrome in Amsterdam. De pistes in Rotterdam en Amsterdam zijn jaarlijks decor voor de Nederlandse zesdaagsen. In Apeldoorn zijn de afgelopen jaren één WK (2011) en twee EK’s (2011 en 2013) verreden. Daarnaast worden er in alle ovalen geregeld evenementen georganiseerd, je kunt er dus altijd sfeer proeven. Zelf het hout laten kraken – of gekraakt worden – kan ook. Op de drie vaste banen in Nederland worden wekelijks clinics verzorgd. Gedurende zo’n sessie neemt een gelouterde baanwielrenner je mee de baan op en wordt de sport vanaf de basis uitgelegd. Fietsen in zijn puurste vorm is een schitterende ervaring en een ideaal alternatief voor wegwielrennen in de winter. En vrees niet: de baanfietsen die voor de cinics worden gebruikt staan niet afgemonteerd met een verzet van 51×15.

Velodrome Amsterdam www.velodrome.nl

omnisport Apeldoorn www.omnisportapeldoorn.nl

Sportpaleis Alkmaar www.sportpaleis-alkmaar.nl

In gesprek met Nick Stöpler

Getalenteerde renners verlangen steeds vaker naar niets anders dan de houten ovaal. Zo ook Nick Stöpler (23). Gezien zijn resultaten uit het verleden lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat hij een ereronde fietst met een lauwerkrans om z’n nek. De stylist op twee wielen blikt vooruit op komende winter en laat zijn baanwielerhart spreken.

Hoe ben je op de baan terechtgekomen? ‘Vanwege het slechte weer in de winter ben ik als twaalfjarige een keer op de baan gaan fietsen. Het beviel me zo goed dat ik me direct heb ingeschreven voor de Amsterdamse baanwielerschool.’

Wat maakt baanwielrennen zo geniaal? ‘Baanwielrennen is de fietsbeleving in zijn puurste vorm. Op de baan heb je geen last van weersomstandigheden, waardoor je zeer hoge snelheden kunt bereiken. Het is net als een attractie, vliegen op een fiets met veel adrenaline. Daarnaast geeft het ontbreken van een rem veel dynamiek aan de sport. Iedereen moet vooruit denken en goed anticiperen.’

Hoe anders is baanwielrennen dan wegwielrennen? ‘Wegwielrennen kent doorgaans een veel langere afgevlakte inspanning, terwijl baanwielrennen over het algemeen kort en krachtig is. Je moet trappen zo hard je kunt op extreem hoge snelheden.’

Is baanwielrennen niet ontzettend monotoon omdat je telkens hetzelfde rondje rijdt? ‘In dat opzicht is het totaal niet te vergelijken met wegwielrennen. Een ontspannen ritje maken zit er niet in. Op de baan gaat het om de beweging en de inspanning, maar niet om her parkoers. Het gaat bovendien zo snel dat je niet eens zou kunnen genieten van de omgeving. Een wedstrijd gaat altijd op het scherpst van de snede en is daardoor nooit monotoon. Als je dat soort elementen in een training verwerkt, worden ook die rondes spannend!’

Hoe gevaarlijk is het om zonder remmen te fietsen? ‘Eigenlijk niet, het is juist veiliger. Door zonder remmen te rijden, fietst iedereen ongeveer dezelfde snelheid. Daardoor is het niet eens nodig om te remmen. En mocht het dan toch een keer fout gaan, dan valt hout zachter dan asfalt. Splinters laten we dan even achterwege.’ Hoe gevaarlijk is het om door die steile bochten te fietsen? ‘Het is maar goed dat de bochten steil zijn, anders zou je zo naar buiten vliegen. Door de steile bochten val je als het ware tegen de baan aan, ze zijn je vriend. In het begin heb je het idee snel naar beneden te glijden, maar gaandeweg zal je ervaren dat dit niet zomaar gebeurt. Tijdens de zesdaagse rijden sommige renners, waaronder ik, ontzettend langzaam door de bocht. Zolang de druk op beide pedalen gelijk is, is er niets aan de hand.’

Met welk verzet rij je tijdens de Zesdaagse? ‘We rijden met een hoog beentempo, omdat we het zes dagen moeten volhouden. In de loop der jaren wordt er wel steeds harder gereden. In mijn eerste Zesdaagse van Rotterdam als 18-jarige reed ik met een versnelling van 52×16. Afgelopen editie trapte ik met 51×15 in de rondte, bijna een tand groter.’

De koppelkoers is traditioneel de finale van de zesdaagse. Heb je enig idee wat de gemiddelde snelheid is tijdens dat onderdeel? ‘Dat verschilt per dag, maar gemiddeld wordt er met 52 kilometer per uur gereden. Er zijn uitschieters naar 54, echt loeihard!’

Als mensen jou zien fietsen herkennen ze je onder andere aan je hoekige stuur. Waarom koers je daarmee? ‘Ik ben een groot fan van techniek en ontwikkeling. Mijn broer is werktuigbouwkundige en ik filosofeer veel met hem over dingen die we kunnen verbeteren. Zo zijn we bijvoorbeeld met luchtweerstand bezig. Het stuur dat hij heeft ontwikkeld en geproduceerd staat me toe om een snelle houding aan te nemen en een hoog tempo lang vol te houden.’

Dit artikel is afkomstig uit Wielrenblad #4 2014. Mocht je deze uitgave gemist hebben dan kun je losse uitgaven van Wielrenblad terug vinden in de Soul Webshop. Digitale uitgaven zijn te lezen in de Soul Kiosk App. Uiteraard kunnen liefhebbers ook abonnee worden, zodat je voortaan geen verhaal meer hoeft te missen!