Op basis van de ietwat teleurstellende inspanningstest wordt nu door de mannen van Robic een trainingskalender aangemaakt. Ik heb een Skype-afspraak ingepland staan met mijn nieuwe coach Maarten, die mij zal gaan helpen fit te worden. Maarten is opgeleid in de bewegingswetenschappen en heeft daarnaast op niet onverdienstelijk niveau met de subtoppers mee weten te rijden. Hij heeft gewerkt voor Defensie als wetenschapper en werkt inmiddels voor Maastricht University. Daarnaast werkt hij dus voor Robic, waarbij hij sporters begeleid. Geen lichtgewicht dus…

Tekst: Harm Spoelstra

Terwijl ik Maarten opbel zit hij in Girona, waar hij samen met twee vrienden een huis heeft. Girona, waar meer dan 75 wielerprofs wonen. Waar de zon een stuk vaker schijnt als hier, waar je zowel door de bergen als aan de kust kunt fietsen. Dat Girona. Om die reden hebben ze er ook een huis, waar wielerkleding en fietsen gereedstaan voor een rit. Hij probeert hier elk maand even heen te gaan om te genieten van die mooie routes die het gebied te bieden heeft. Ook nog eens fanatiek dus…

Tijdens het gesprek klinkt Maarten als een prettig persoon, hij neemt de tijd mijn vragen uitgebreid te beantwoorden en weet dit ook in voor mij begrijpelijke taal te doen. Altijd prettig. Wat verder opvalt in het gesprek is dat hij vooral nieuwsgierig is naar wie ik ben. In plaats van dat we het trainingsschema van onder tot boven doornemen wil hij met name weten hoe mijn leven in elkaar zit en hoe ik de trainingen in mijn drukke bestaan wil in gaan plannen.

Harm_Spoelstra

Daarnaast krijg ik een duidelijke uitleg wat precies de focus van mijn training gaat worden. Zonder het al te ingewikkeld te maken: elk lichaam heeft een aantal fases van inspanning. Op lage intensiteit, met lage hartslag gebruikt je lichaam vetten om te functioneren. Hier heeft elk lichaam er veel van en kan hier lang op teren. Echter, als de intensiteit van de training toeneemt, en daarmee de hartslag, dan komt er een omslagpunt waarbij je lichaam koolhydraten gaat verbranden in plaats van vetten. Koolhydraten kunnen zijn maar beperkt aanwezig in het lichaam en kunnen bij hoge inspanning bijna onmogelijk aangevuld worden in hetzelfde tempo als dat ze verbrand worden. Wat je als sport dus wil, is zo lang mogelijk gebruik maken van de vetverbrandingsfase. Ik maak al bij lage intensiteit de omslag naar koolhydraatverbranding, wat inhoud dat ik het niet lang volhoud. Door te trainen is het de bedoeling dat het omslagpunt van vet- naar koolhydraatverbranding dus op gaat schuiven. Doordat mijn lichaam straks hopelijk beter getraind is, kan ik op hogere intensiteit fietsen, zonder direct mijn beperkte koolhydraatreserves aan te spreken. Tenminste, dat is de bedoeling.

Voor nu houd het in dat ik z’on 3 a 4 keer per week minimaal 2 uur op de fiets moet gaan zitten, met de focus op een hoge cadans ( meer uitleg hierover in een volgend artikel) en een lage intensiteit. Op Strava (hier) houd ik alle trainingen bij, inclusief mijn hartslag. Dus mocht je de trainingen willen volgen, je weet me te vinden.

Heb je het vorige artikel van Harm gemist? Geen probleem, deze kan je hier nog is op je gemak terug lezen.