Om een goed onderbouwd trainingsprogramma te kunnen opstellen, dien ik allereerst een inspanningstest te ondergaan bij Robic. Gelegen naast het Velodrome kom ik in elk geval gelijk in de stemming. Ik sleep mijn eigen meegenomen racefiets-zonder-wielen mee naar binnen en wordt voorgesteld aan Wouter, degene die mijn test zou gaan afnemen.

Terwijl hij mijn fiets op de ergometer installeerde kon ik me omkleden naar ‘n koersbroek, sokken en schoenen. Shirtje kon ik laten zitten, Wouter had zomaar het idee dat ik het nogal heet zou gaan krijgen. Vervolgens kreeg ik een kleine uitleg over wat er ging gebeuren. Mijn fiets was aangesloten op een ergometer, waarbij de weerstand zou beginnen op 120 Watt, elke 6 minuten zou daar 30 Watt bijkomen aan weerstand. Dit bleef ik doen op ongeveer 90 rpm ( rounds per minute, aantal omwentelingen per minuut), tot ik bijna van de fiets zou vallen omdat ik het niet meer volhield. Ondertussen werd mijn hartslag gemeten en werd elke 6 minuten mijn melkzuur-productie gemeten door een prikje in mijn oor.

Eenmaal geïnstalleerd op mijn fiets was het gewoon een kwestie van trappen. 120 Watt is alles behalve zwaar, vergelijkbaar met rustig rijden op de stadsfiets. 90 rpm is, voor mij in elk geval, sneller dan wat ik normaal zou trappen. Maar gezien de lage weerstand geen probleem.

Op het beeldscherm voor mijn neus zie je de tijd voorbij tikken, je hartslag, rpm, wattage en nog een aantal cijfers die me niets zeiden. Het trappen ging me makkelijk af, ik kon gewoon blijven kletsen met Wouter. Hij vroeg me aan te geven hoe zwaar ik het vond. De schaal hiervoor was afgedrukt op een poster aan de muur: van 6: Extreem licht naar 20: Extreem zwaar. Dit was een duidelijke 6. Echter, deze poster was tevens mijn uitzicht. Dus dat het extreem zwaar ging worden was mijn voorland, vroeger of later…

Gestaag voerde het wattage op, rond de 210 begon ik wel wat te voelen, mijn hartslag steeg en mijn benen werden zwaarder. 240. Dit was al een tempo wat ik zelf op een tochtje niet heel lang zou rijden. 270. Het begint zwaar te worden, dit zou ik een lange sprint net volhouden. 300. Dit was gewoon zwaar. Ik mocht kiezen tussen Zwaar en Extreem zwaar. Wat het verschil was merkte ik 6 minuten laten, op 330 Watt. Een duidelijke 20: Extreem zwaar. Na 1 minuut verloste Wouter me door te zeggen dat het mooi was geweest, maximale hartslag bereikt.

Na een snelle douche fris aan tafel om de meetresultaten door te nemen. Wouter was niet mild. Hoewel ik het niet slecht had gedaan, was het ook zeker niet goed te noemen. Allereerst: Ik produceer veel te snel melkzuur, waardoor ik te snel verzuur en moeilijk op hoger tempo langer kan fietsen. Ten tweede: Mijnheer is te dik. Wouter achtte 5 kilo’s minder een wenselijk en haalbaar streven voor de start. Die extra kilo’s moet je nu allemaal mee de berg op slepen.

Ok. Conditie: Moehaa. Gewicht: Had ik al gezegd dat ik geen atleet was? Dat werd even zwart op wit bevestigd. Pijnlijk? Ja, wel een beetje. Dit alles had ook een positieve kant: mijn melkzuur-drempel verhogen kan ik bereiken door te trainen, gewicht verliezen kan ik bereiken door minder te eten. Dit gaat niet makkelijk worden, maar er is in elk geval wat aan te doen. Op naar de volgende fase: het trainingsschema ( en hoogstwaarschijnlijk een dieet).

De tocht van Harm is net begonnen en staat in het teken van The Ride. De door CANYON uitgedaagde Nederlander wordt de komende maanden klaargestoomd voor de rit van zijn leven. The Ride is een flink uitdagende tour voor wielrenners, die je in 8 dagen van de voet van de Stelvio in Italië voert naar de top van de Cauberg in Zuid Limburg en onderweg worden alle mogelijke cols opgereden. 1300 kilometers, 17.000 hoogtemeters, 8 dagen, 8 etappes, 8 landen. Voor een volledig overzicht van alle berichten van Harm kun je terecht op zijn website.