Acht veel voorkomende communicatiesignalen tijdens het fietsen

Een lekker rondje touren. Dat was het idee. Dat het fris zou worden was bekend, vandaar dat je wat dikkere handschoenen aan hebt getrokken. Degene voor je heeft zo te zien meer moeite met de kou. Hij wappert met z’n handen achter zijn rug. Vast om minder wind te vangen, slim bedacht. Totdat hij ineens gaat staan en jij bijna in zijn achterwiel zit. Wat doet hij nou?

Tekst: Rozanne Slik

Grote kans dat hij met het wapperen van zijn handen een signaal af wilde geven. Want naast de verbale zijn er ook een flink aantal non-verbale manieren van communiceren in een fietsgroep. Wij zetten de acht meest bekende op een rijtje in dit artikel.

Afslaan

afslaan-3

Steek je arm uit naar links als je naar links wilt en naar rechts als je rechtsaf slaat. Zo simpel kan het zijn. En het bespaart een hoop frustraties als iedereen in de groep het gebaar doorgeeft. Dus: ook als je in het midden of achteraan in de groep fietst, gewoon even je arm uitsteken.

Stoppen

stop-1

Door je arm in een hoek omhoog te houden, geef je aan dat je wilt stoppen. Voor een stoplicht, kruising, overstekende hond of voor de welverdiende koffie met appelgebak. Maar ook bij een onverwachte lekke band steek je je arm omhoog en roep je: lek!

Putdeksel of ander gevaar op de weg

gevaar-2

De meest verraderlijke plekken zitten in of op de weg zelf. Dat putdeksels vaak glad zijn is wel bekend. Achterin de groep zijn ze echter niet altijd goed te zien. Dit soort oneffenheden wijs je aan met uitgestrekte arm en de hele hand. Hetzelfde gebaar geldt voor gaten in de weg, verhoogde reflectoren enzovoorts.

Losse steentjes, takken en andere

losse-steentjes-4

In tegenstelling tot de vaste obstakels kunnen deze wegschieten, of blijven kleven aan je band. Net zolang tot er een gaatje in zit en je lek hebt. Je wiel kan nét wegglijden over een tak, of iemand in de groep krijgt een ongewenste gast in het voorwiel . Om hiervoor te waarschuwen steek je een arm uit en beweeg je je hand heen en weer. Neem even de tijd om vaart te minderen en alert te zijn op de weg.

Paaltje

paaltje-4

Een paaltje op de weg geef je aan door je arm te buigen en je hand te plat te houden of te krommen in een denkbeeldige positie boven het paaltje. Niet te verwarren met het paaltje dat sommige fietsers aangeven door met hun arm naar achter te zwaaien: dat is toch echt een fietser die langzamer gaat dan jullie groep.

Opletten aan de kant van je schouder

opletten-6

Andere fietsers langs de kant van de weg, een tegemoetkomende auto of een auto die op de weg geparkeerd staat geef je aan door een arm naar achter te buigen. Hetgene waarvoor wordt gewaarschuwd bevind zich altijd aan de schouderkant van de bewegende arm.

Pas op!

pas-op-5

Als je uit het zadel rem je even af, of je dat nu wil of niet. Even de benen strekken is nog zoiets. Om de persoon achter je op tijd te waarschuwen buig je eerst een arm naar achter en schud je even met je hand. Vervolgens kan je veilig staan of je benen strekken. Nog beter is om dit te doen als je achteraan de groep rijdt, dan heeft niemand er last van.

Zwaaien

waving-8

Passeert er een auto op voldoende afstand of zie je een medefietser? Vergeet deze dan niet om even te bedanken of te groeten. Ben je te kapot om je arm hiervoor uit te steken, groet dan simpelweg door je hand even op te tillen. Geeft instant moraal voor de volgende kilometers.

Het artikel is afkomstig uit Wielrenblad #1 2014. Wil je het gehele verhaal op je gemak kunnen teruglezen, dan kun je deze bestellen via onze webshop. Of download het magazine online via onze Soul Kiosk App. Daarnaast kun je natuurlijk altijd voor het gemak abonnee worden, klik dan op de onderstaande banner en ontvang voortaan elk magazine thuis op je deurmat.

Wielrenblad_Bannertje