Het was een avond vol contrasten. Wat zich meteen al openbaarde toen ik het terras op fietste van caf. Ledig Erf uit Utrecht dat tweemaal per week fungeerde als verzamelplek voor de fietsclub die mij deze keer zou adopteren. Dankzij het heerlijke, bij vlagen zelfs zwoele, voorjaarsweer zat het terras vol met van lekker eten en drank genietende mensen. En ik, de fietser, contrasteerde, vloekte welhaast, met het Bourgondisch genot van een stad die ontspannen een heerlijke avond in gleed.

Tekst & foto’s: Joost-Jan Kool & Henri Santing

Was ik hier wel op de goede plek? En stel dat dat niet zo was, zou ik dan niet beter mijn schouders ophalen, mijn fiets tegen de muur parkeren en een glas bier bestellen? Ik keek op mijn horloge: kwart voor zeven. Nog een kwartier te gaan tot de afgesproken tijd die ik doodde met het onzeker in wielerkleding op het terras plaats te nemen. Ondertussen speurde ik als een vogelaar de omgeving af in de hoop een renner te ontwaren.

Het was een entree die zich in geen enkel opzicht vergelijken liet met die van mijn voorgaande adopties, waarbij het gewoon goed was geweest al voor de start een bak koffie weg te slurpen en de eerste fietsverhalen te delen. Het zou niet het laatste contrast zijn deze avond. En zomaar opeens waren ze er. Eerst zag ik een fietser op een muurtje zitten. Ik had hem niet eens aan zien komen. Daarna ging het snel en stroomde het terras vol met renners die vanuit alle hoeken en gaten van de stad het terras overspoelden. Een divers gezelschap. Want waar voorgaande adoptiegroepen uitblonken in homogeniteit, bleek Fietsclub Ledig Erf een bonte verzameling wielrenners te zijn. Een diversiteit aan ervaring en niveau, die het noodzakelijk maakte om voor vertrek een indeling met verschillende gemiddelde snelheden en afstanden te maken. Zelf kwam ik terecht in de zogenaamde C-groep, bedoeld voor mensen met weinig tot geen fietservaring en een gemiddelde streefsnelheid gemiddeld 25 kilometer per uur.

Ledig erf Utrecht 1

Powervrouw

Ik dacht aan de tijd dat ik zelf voor het eerst kennis maakte met een fietsgezelschap. Het recept was eenvoudig: de eerste weken werd ik er kansloos afgereden en pas toen ik er na verloop van tijd in slaagde om een paar meter op kop te rijden, stelde de rest van de groep zich aan mij voor. Een groot contrast met de bijna liefdevolle wijze waarop Gemma Adelaar zich over de nieuwelingen in ons groepje ontfermde. Even tussendoor: Gemma is een heldin, daar kwam ik in de loop van de avond wel achter. Als een moederkloek ontfermde ze zich over haar fietsers en toen ze na afloop vertelde dat ze het weekend daarvoor meer dan 200 kilometer had weggetrapt, kon ze voor mij al helemaal niet meer stuk. Een powervrouw, die Gemma.

Maar goed, terug naar de start die nog even werd uitgesteld omdat Gemma een paar minuten fietscollege in petto had. ‘Heeft iedereen goede remmen?’ Daarna ging het over de banden, omdat daarmee ook van alles mis kan gaan. ‘Het best pomp je ze eenmaal per week even op, dan blijven ze lekker hard. En als het regent, of je over slecht wegdek rijdt, mogen ze iets zachter.’ Ondertussen knepen Jan Builtjes, een man met schitterend halflang grijs haar en een flink aantal keer Parijs-Roubaix op zijn CV, en Eltjo Keijer, een man met een wedstrijdlicentie, in de bandjes. Het was allemaal in orde, we konden vertrekken. Op een of andere manier voelde het alsof we aan een groots avontuur begonnen.

Ledig erf Utrecht 2

Ga toch fietsen

Keurig twee aan twee reden we de stad uit, waar zich al snel het volgende contrast openbaarde. Zomaar opeens reden we in de groene uitgestrekte polders ten oosten van Houten. In nog geen 10 minuten tijd ging het van een dichte stedelijke bebouwing naar een weids landschap vol koeien, boerderijen en schilderachtige dorpjes als Werkhoven en Cothen. Om maar aan te geven wat voor een compact en divers land Nederland eigenlijk is. Ondertussen bekeek ik de groep die mij deze avond had geadopteerd. Allereerst waren daar Jan, Gemma en Eltjo. Ze droegen het fraaie Ledig Erf-tenue. Zwart met een oranje band over de borst. Goede wielrenners die zich op een avond als deze inzetten om beginnelingen de kneepjes van hun sport bij te brengen. Op de website van Fietsclub Ledig Erf had ik er het een en ander over gelezen. Het maandagavond programma werd uitgevoerd onder de naam: Ga toch fietsen, een initiatief om mensen op de fiets te krijgen, wat goed lukte getuige het grote aantal fietsers dat ik eerder op het terras bijeen had zien komen. En op zondag fietsten de drie mee met het meer ervaren en vooral snellere deel van Fietsclub Ledig Erf, de basis van een vereniging die al 20 jaar bestond en waar het een middag lang rammen was, vaak over de Utrechtse Heuvelrug, en het er vast minder lief aan toe ging dan nu het geval was.

Verder waren daar de renners die ik voor het gemak aanduid als de beginnelingen. Voor het gemak, want er waren ook een paar die wat meer ervaring hadden, maar die gewoon niet heel vaak op de fiets zaten. Een van de beginnelingen was Marjon van Vledder. Ik reed een tijdje naast haar en we praatten wat over haar motivatie om met deze groep op pad te gaan. Eigenlijk speelde ze volleybal, maar omdat ze daar tijdelijk mee ging stoppen, was ze gaan fietsen. Bij toeval ontdekte ze fietsclub Ledig Erf, wat haar de mogelijkheid bood het fietsen in een groep onder de knie te krijgen, wat ze behoorlijk spannend vond. Ik vroeg haar of de Tourstart in Utrecht invloed had gehad op haar beslissing om te gaan fietsen en ze antwoordde dat dit niet zo was, hoewel ze wel de toertocht voorafgaand aan het Grand Depart gereden had. Net als een andere beginner, Jeroen Verhoeven, had gedaan.

Ledig erf Utrecht 3

Jeroen had de tocht op zijn stadsfiets verreden en na afloop was hij zo gesloopt dat hij bedacht dat een racefiets geen overbodige luxe was voor dit soort expedities. Jeroen was een opvallende verschijning, vanuit het perspectief van de wielrenner welteverstaan. Om zijn middel droeg hij een heuptas, verder een flodderende lange broek en een wijde jas met een capuchon die bol stond van de wind. Maar dat werd allemaal ruimschoots vergoed door het aanstekelijke enthousiasme waarmee Jeroen zijn nieuwe hobby beleed. Ik vroeg hem wat hij nu zo mooi vond aan wielrennen en zijn antwoord was er een om in te lijsten. Op een dag was hij gaan fietsen en voordat hij het wist, stond hij midden in Amsterdam. Daar kocht hij een broodje bij een supermarkt. Daarna reed hij weer naar huis. Mooi dat dat zo kon; gewoon naar Amsterdam fietsen en daar een broodje eten. ‘Dat is vrijheid, toch?’ En ik knikte dat hij daar gelijk in had. Dat het gewoon ergens naar toe fietsen, omdat je daar zin in hebt, het wezen vormt van de sport waar we hier allemaal, hoe ervaren of onervaren we ook waren, van hielden.

Werken aan techniek

Na ongeveer een uur fietsen, stopten we even. ‘Neem nog wat te eten’ adviseerde Gemma. ‘We zijn nu ongeveer op de helft’ We waren al een keer eerder gestopt. Om te checken of alles aan de fiets nog vast zat en de basisprincipes te leren van het rijden in een dubbele waaier. Ik mocht het voordoen, samen met Eltjo die mij vertelde dat hij een paar weken daarvoor goed gereden had in een polderkoers met een hoop wind. Daar was nu echter geen sprake van, het was heerlijk weer. Hoewel er in de verte wel een paar buitjes dreigden, wat zorgde voor een schilderachtige hemel. Het was lastig om in slow-motion het waaierrijden te imiteren, vooral omdat zoiets instinctief gebeurt. Een techniek waar je in rolt, wanneer de situatie je daartoe dwingt. Maar goed, de rest had het begrepen en als een hier en daar wat haperende machine reden we door de steeds donker wordende polder.

Het begon te regenen, dikke druppels die de geur van zomer deden opstijgen van het opgewarmde asfalt. De wind trok aan en de eerder aangeleerde waaiertechniek kon meteen in de praktijk worden toegepast. Voor een enkeling begonnen de kilometers nu echt te tellen, maar het principe samen uit, samen thuis was leidend in een groep die als een verzameling eenlingen vanuit Utrecht was vertrokken en ruim een uur later een groep was geworden. Ondanks de verschillen en de onzekerheden waarmee sommigen op de fiets zaten. We hadden elkaar nodig en het gaf voldoening om met elkaar terug naar Utrecht te fietsen.

Ledig erf Utrecht 4

Zomaar ineens was het voorbij. Het verkeer nam toe, de horizon verdween, de polder werd stad en Gemma stelde een eindsprint voor. Een uitnodiging die de meeste renners uit de groep liet schieten. Het merendeel worstelde met volgelopen benen en alleen al denken aan een versnelling deed pijn. Eenmaal terug op het terras werd er uitgehijgd, bijgepraat en een biertje gedronken in een grote kring van tuinstoelen die bijna het halve terras van caf. Ledig Erg besloeg. En waar op de fiets onderscheid gemaakt werd op basis van niveau en ervaring, was daar op het terras geen sprake van. Iedereen was lid van Ledig Erf, maar vooral liefhebber van de wielersport die zich deze avond door middel van deze schitterende adoptie van een meer dan verrassende kant had laten zien.

Onderweg naar huis bedacht ik dat het mooi was om van dichtbij te zien hoe een groep mensen de fiets ontdekten. Het was een mooie adoptie, hoewel ik zo af en toe wel verlangde naar een plaagstoot of een poging elkaar een beetje pijn te doen onderweg. Een element dat voor mij het fietsen leuk maakt. Maar misschien was het wel een keer goed om te ervaren dat het er dus niet altijd gaat om wie het snelste of het beste is. Je kunt ook met elkaar gaan fietsen om de ander iets te leren en een mooie tocht te maken. Een flink contrast met eerdere adopties, wat eigenlijk best wel eens verfrissend was.

Ledig erf Utrecht

Het artikel is afkomstig uit Wielrenblad #2 2016. Wil je het gehele verhaal op je gemak kunnen doorlezen, dan kun je deze bestellen via onze webshop. Of download het magazine online via onze Soul Kiosk App. Daarnaast kun je natuurlijk altijd voor het gemak abonnee worden, klik dan op de onderstaande banner en ontvang voortaan elk magazine thuis op je deurmat.