De zomer zit erop, het smerige seizoen komt eraan, en je hebt geen zin in de winter een mountainbike te pakken. Er zijn – zeker met de komst van de zogenaamde adventure/allroad/gravelgrinder- categorieën – tal van nieuwe opties om in de winter te blijven wielrennen. En dan vergeten we voor het gemak de good old veldrijders. Maar stel dat je in de markt bent voor zo’n wegfiets die niet voor op de weg is. Wat is het verschil?

tekst en foto’s: Bas Rotgans

Om daar wat meer gevoel bij te krijgen, rijden we naar het hoofdkantoor van Specialized aan de oostkant van Nederland om twee wegfietsen uit te proberen die juist ontwikkeld zijn om niet op de weg te rijden. Een CruX en een Diverge. Op het eerste gezicht lijken de fietsen redelijk op elkaar. Met schijfremmen en ruimte voor bredere banden. Maar wie verder kijkt ziet dat er verschillen zijn. De CruX heeft een 1x aandrijflijn, de Diverge een 2x, en dan ook nog eens met de onconventionele 48-32 verhouding. Maar dat is afmontage en zou ook andersom kunnen. Verdere verschillen zijn iets subtieler. De Diverge heeft montagepunten voor spatbordjes en zelfs voor lichtgewicht dragertjes – handig voor als je lang op pad zou willen en dingen wilt meenemen. De staande achterbrug sluit bij de Crux hoog aan op het frame: dit geeft een hardere en directere aandrijving en ook veel ruimte voor modder. Bij de Diverge is gekozen voor een duidelijk comfortabelere aanpak door de achterbrug lager op het frame te laten aansluiten. In lijn met die gedachte is de Diverge ook voorzien van een CG-R zadelpen (met een stukje ingebouwde vering).

Minst zichtbaar, maar waarschijnlijk met de meeste invloed op het rijgedrag van beide fietsen, is het verschil in geometrie. De Diverge heeft een verzameling kenmerken die Specialized Open Road Geometry noemt: lage bottombracket, vlakke stuurhoek, elementen die hem stabiel en voorspelbaar, grippy en rustig zouden moeten maken op verschillende ondergronden en snelheden. De Crux is daarentegen wat steiler, de bottombracket zit hoger en de zithouding is agressiever, meer aanvallend en zenuwachtig, als een hazewindhond die klaar staat om uit het hek te springen.

Specialized CruX: 100% pure veldrijder

Al sinds 2010 is de CruX de hardcore wedstrijdveldrijder in de collectie van Specialized. Maar het zou fout zijn om te denken dat het daardoor een oud beestje is. Bijna elk jaar is de CruX wéér een beetje fijn geslepen, en op kleine puntjes aangepast. En wat je vaker ziet bij fietsen die op die manier al jaren worden verbeterd, is dat ze op haast darwinistische manier beter en beter worden. Als een ver geëvolueerde soort. En dat is bij de Crux ook zo. Veel Amerikaanse merken kennen bij de veldrijder in hun collectie een verleden waarin die fiets dubbel dienst moest doen als forenzenfiets. Dus met ruimte voor spatbordjes, en eventueel zelfs een dragertje.

Maar de CruX is dat niveau allang ontstegen. Op de onverharde kilometers grind valt metéén als eerste op dat de CruX aan het gas hangt.Hij wil er onmiddellijk vandoor! Elke keer dat de snelheid wat lager is, bijvoorbeeld bij het uitkomen van een bocht, zijn een paar slagen al voldoende om ‘m meteen weer op maximale snelheid te krijgen. In mijn hoofd voel ik een denkbeeldige gashendel onder mijn rechterhand zitten, die je heel hard open kan trekken. Om te zeggen dat dit kicken is, is echt een understatement. Door het acceleratievermogen van de fiets waan je je een soort godheid met stalen kabels als kuiten. Het is waarschijnlijk het (zeer lage) totale gewicht van de fiets, maar er is meer aan de hand: de zitpositie nodigt uit tot aanvallen. Ik heb nooit aan crosswedstrijden meegedaan, maar met deze tool in handen, krijg ik daar opeens heel veel zin in. Je merkt gewoon dat dit is hoe cross gereden moet worden, drie kwartier maximaal op het randje. Ook het sturen is agressief en precies. Je stuurt de CruX niet door de bocht heen, maar je hoekt hem er doorheen. Op een geïmproviseerd veldrijparcourtje in een bos in de buurt rag ik de CruX over de met bladeren bedekte ondergrond. De 33mm banden (officieel de breedste band die je mag voeren bij een crosswedstrijd, maar er is wel ruimte voor nog iets dikker rubber, mocht je dat willen) hebben verrassend veel grip en willen graag met weinig druk worden gereden. De fiets zigzagt hard tussen de bomen door en een paar keer heb ik een benauwd moment als ik een boom in de buitenbocht zie staan. En toch snijdt de CruX elke keer precies de bocht aan zoals ik in mijn hoofd zou willen dat hij doet. Hij fileert het parcours als het Japanse keukenmes van een sushichef.

Het nadeel van zoveel scherpte en aanvalszin? Je hebt geen moment rust. Het kán natuurlijk wel. Je kán wel rustig fietsen op een CruX, maar dan werkt ie gewoon niet zo goed. Hij komt het beste tot zijn recht als over een parcours wordt gejaagd.

Specialized Diverge: meer van alles

De Diverge voelt meteen heel anders, er is rust in de tent. Nou moet je rust in de tent vooral niet verwarren met langzaam gaan. Op de lange gravelstukken in de buurt van Specialized HQ knal ik in no-time met 35+ door het landschap. Maar dat gaat gepaard met veel comfort en efficiëntie wat tot gevolg heeft dat al mijn aangebrachte kracht via het achterwiel wordt omgezet in voorwaartse snelheid. En vanaf de seconde dat je op de fiets stapt, voel je dat je dit uren kan blijven volhouden.

Een apart hoofdstuk op deze fiets is de Future Shock, een stukje vering dat zit ingebouwd onder de stuurpen. De fietsende zuurpruim in mij wil – voordat ik er ook maar mee heb gereden – roepen dat zo’n stukje techniek onnodig, overdreven, en kwetsbaar is. De daadwerkelijke fietser moet schoorvoetend toegeven hoe ontzettend goed het werkt als je er daadwerkelijk het veld mee induikt. Gevoelsmatig ‘zweeft’ het stuur weliswaar een beetje los boven de fiets, maar omdat dat maar een heel klein beetje is, wordt het stuurgevoel nergens vaag en blijf je voelen dat je te allen tijde een directe verbinding hebt met je fiets. Mijn polsen en handvlakken zijn me dankbaar, en ik merk zelfs dat ik expres het hardere stuk wasbord opzoek op het gravel om te voelen waar de grens ligt. Het gravel ter plekke is te tam om die grens te vinden overigens. De Future Shock pakt perfect alle oneffenheden op.

De Open Road Geometry doet wat het belooft; het comfort en stabiliteit op de Diverge zijn ongekend hoog. De in het frame ontworpen demping, de dikkere banden (er is ruimte tot 42mm rubber), de Future Shock, en de CG-R zadelpen werken naadloos samen om je een vliegend gevoel te geven. Zelfs op zware ondergrond. Maar het belangrijkste voor mij is: je houdt contact met de grond. Ik vind het belangrijk om te voelen waar ik op rijd. Om druk op te kunnen brengen en te voelen waar de grip in de bochten ligt bijvoorbeeld.

En je voelt het met sturen: bochten zijn snel maar gecontroleerd aan te snijden. De Diverge carvet er als het ware doorheen. Erg knap ontworpen: enerzijds de storende invloed uit die ondergrond weghalen, anderzijds het contact ermee behouden.

Ook de andere onderdelen van de fiets zijn uitgekiend en voorbereid op het beoogde inzetbereik: een derde bidonhouder om meer water mee te kunnen nemen voor lange ritten, een voorvork die is voorbereid op bedrading van een dynamonaaf, en velgen die met de juiste banden makkelijk tubeless gemaakt kunnen worden. De verhouding van de kettingbladen zijn – hoewel ongebruikelijk voor de meeste wielrenners – perfect toegespitst op het gebruik op zowel onverharde ondergrond als op asfalt. De lichtere ratio’s lenen zich ook heel erg goed om met een (lichte) bepakking op de fiets te rijden. Al met al is de Diverge een droom van een adventure bike/gravelracer.

Specialized CruX vs Diverge: welke kies je?

Voordat ik ging rijden op deze fietsen hoopte ik ergens door een stukje van de uiterst goede marketingpraat van Specialized heen te kunnen prikken. Te ontdekken dat je met een CruX net zo makkelijk met de plaatselijk cross-competitie mee kon doen als een paar tassen eraan hangen en de Rally Torino-Nice rijden. Maar het gevoel waar ik mee wegwandel is dit: ‘does what it says on the tin’. Een Amerikaanse uitdrukking die zoveel betekent als dat de belofte op een verpakking ook daadwerkelijk blijkt te kloppen met de inhoud ervan. Want hoewel deze twee wegfietsen allebei duidelijk zijn ontworpen om veel náást de weg te rijden, hebben ze – heel duidelijk – verschillende karakters én sluiten ze perfect aan op hun beoogde inzetbereik. Dus de marketingpraat van Specialized snijdt wel degelijk hout.

Betekent dit dan dat je niet een keertje voor de gein met de Diverge kan crossen? Nee, natuurlijk niet! Dat kan zelfs heel erg goed.

En ik ben er van overtuigd dat je met een CruX prima een adventure-race zou kunnen rijden, of een paar nachten gaan bikepacken. Maar ze hebben allebei duidelijk een specialisme waar ze het beste in zijn, dus wat dat betreft zou je gewoon het advies van Specialized kunnen volgen. Welke je ook kiest, je komt met de grootste grijns op je gezicht de modder uit!

Meer info over beide fietsen vind je hier.


Dit artikel komt uit Wielrenblad #4 van 2017 . Op de hoogte blijven van al het wielernieuws? Abonneer je dan snel op Wielrenblad en volg ons op Facebook en Instagram!