Veel mensen in mijn omgeving die wielrennen hebben een hekel aan trainen. Ze vinden het niet nodig, het lijkt ze nogal saai of zeggen er geen tijd voor te hebben. Af en toe fietsen is goed genoeg, zo redeneren zij. Misschien is dat zo, maar toch wilde ik weten in hoeverre een serieuze training mijn fiets-skills zou kunnen opvoeren.

Tekst: Harm Spoelstra // Foto’s: Michiel Rotgans en/of Harm Spoelstra

Ik werd een tijd terug uitgedaagd om als wielren-groentje deel te nemen aan The Ride, een achtdaagse rit van Italië naar Nederland. Onderdeel van deze uitdaging was dat Robic Sportbegeleiding er alles aan zou doen om mij te helpen om zo fit als mogelijk aan de start van deze rit zou komen te staan. Ofwel, ik moest trainen.

Nu ben ik weliswaar groen in het wielerwereldje, maar ik ben niet onbekend met sporten in het algemeen. Ik heb wel eens wat gelezen over trainen, een documentaire gekeken over voeding en uiteraard van vrienden wat opgestoken. Maar als je mij op de man af vragen zou stellen, dan zou ik je eerlijk gezegd niet veel passende antwoorden kunnen geven. Ik stapte het traject dus als een ware spons in, wachtend op wat komen ging. En dat bleek veel, heel veel.

Allereerst was daar Maarten, mijn trainer. Na een flink gesprek over de telefoon bespraken we mijn startsituatie, die niet heel denderend was. Voorafgaand aan het gesprek heb ik een inspanningstest bij Robic ondergaan, wat het ijkpunt werd voor mijn conditie. Hieruit kwam onder andere naar voren dat mijn basisconditie het meest aandacht nodig had. Gelukkig bleek Maarten hiervoor een prima trainingsplan te kunnen maken. De aankomende zes weken stonden in het teken van deze basis. Gezamenlijk bespraken we hoeveel uren per week ik kon investeren. Door mijn drukke leventje was er weinig tijd beschikbaar, maar door woon-werkverkeer op de fiets te doen ontstond er zomaar tien uur trainingstijd per week. Dit aangevuld met een ritje in het weekend leverde al snel dertien a vijftien uur per week op. En dat terwijl het amper extra tijd kostte.

De trainingen bestonden voornamelijk uit verschillende blokken, waarbij elk blok een eigen tempo en hartslag vereisten. Niet alleen is dit goed om aan je conditie te werken, het is ook gewoon leuk. Net als bij Strava werk je eigenlijk segmenten af. Naast deze trainingsblokken bespraken we ook tweewekelijks de vorderingen en kreeg ik daarnaast tips over traptechniek, gebruik van hartslagmeter en advies over kleding en andere gear. Naast de trainer ben ik ook in de leer gegaan bij een sportdiëtiste. Ik heb in het verleden altijd al veel moeite gehad met langere avonturen, wat regelmatig ontaarde in krampen in mijn buik waardoor ik heb moeten stoppen. Zelfs bij de kortere inspanningstest stak dit ook soms de kop op. Ook zij startte bij mijn basis. Er werd gekeken wat ik door de weeks at en wat ik specifiek at rondom sportieve inspanningen. Ik bleek al best wat kennis in huis te hebben, maar wist het simpelweg niet zelf toe te passen. Samen hebben we voedingsschema’s opgesteld voor zowel mijn basisbehoeftes als voor de inspanningen. Bij uitvoering bleek dat mijn maagklachten voornamelijk voortvloeiden uit te weinig eten en drinken tijdens de inspanning. Die klachten zijn na de eerste rit verdwenen en dat is tot op de dag van vandaag nog zo.

Op het trainingsvlak heb ik zes weken na aanvang weer een test ondergaan. Hieruit bleek dat mijn basisconditie een flinke boost had gekregen en ik klaar was voor de volgende fase: kracht. Maarten legde me in een goed gesprek alle details en focuspunten uit voor de resterende zeven weken training. De krachttrainingen bestonden uit sprints en heuveltrainingen, voornamelijk rondom het Kopje van Bloemendaal. Daarnaast werden de zones van mijn hartslag omhoog gezet, waardoor de trainingen voor de basisconditie ineens ook een stukje zwaarder werden. Ook hierbij heb ik samen met Maarten gekeken naar hoe ik deze trainingen zo goed mogelijk kon inpassen in mijn week.

Na drie maanden zat het hele traject erop. Een laatste inspanningstest zou uit gaan maken wat ik nu uiteindelijk gewonnen had op fysiek vlak. En dat bleek niet mis. Mijn basisconditie was met rasse schreden vooruitgegaan, ik bleek 90 watt meer te kunnen trappen, waarbij mijn melkzuurproductie een flink eind was opgeschoven. In eenvoudige taal: ik kan meer vermogen leveren, heb een lagere hartslag bij inspanningen en voel me gewoon sterk. Daarnaast heb ik complete controle over mijn sportvoeding, waardoor klachten achterwege blijven en ik me prettig voel tijdens de rit.

Zaken zo fundamenteel dat ik ze eigenlijk dagelijks gebruik. Ondanks dat ik momenteel geen trainingsschema meer volg, speel ik elk ritje wel een beetje met mijn hartslag, cadans of tempo. Hetzelfde geldt voor voeding: voor elke rit denk ik na wat ik precies ga doen en pas daar mijn voeding en drank op aan, waardoor ik pijnvrij en krachtig kan rijden.

Conclusie: ik rij gewoon harder. Ik voel me krachtig en heb mezelf van een matige rijder in korte tijd tot een mooie middenklasser opgetrokken. En ondanks dat ik geen competitie rijd, is harder gewoon beter. Dus als je binnenkort weer eens aan het kijken bent naar een nieuwe wiel- of groepset, denk dan eerst eens aan een trainingstraject als je harder wilt gaan.


Nieuwsgierig geworden wat trainen voor jou kan betekenen? Robic biedt al een traject van drie maanden aan, inclusief coach, trainingsprogramma en twee inspanningstesten vanaf €349,-. Meer info op robic.nl

Dit artikel komt uit Wielrenblad #4van 2016 . In #2 gaan we verder met het testen van de fiets. Op de hoogte blijven van al het wielernieuws? Abonneer je dan snel op Wielrenblad en volg ons op Facebook en Instagram!