Life starts at the end of your comfortzone. Die zin schiet door mijn hoofd als ik in de kleedkamer tussen twee ervaren rijders zit die de nuances bespreken van de inmenging van de KNWU in strandraces. Ik zit hier niet in mijn gebruikelijk mountainbikecomfortzone. Of ze hun clubpak bij een race aan moeten of het pak van hun commerciële sponsor. Ik twijfel op dat moment vooral hoe warm ik me aan moet kleden. Ga ik te hard zweten in de frisse zeewind of, zo mogelijk nog erger, krijg ik het te koud? Dit is de start van de Derpbikers Beachrace. Volgens kenners de leukste strandrace van Nederland.

Tekst: Bas Rotgans / Foto’s: Michiel Rotgans

Tijdens een stuk inrijden op het strand wordt het me snel duidelijk dat ik de oude toerskiërs wijsheid moet aanhangen: be bold, start cold. Voor je het weet kun je je warmte niet meer kwijt en raak je oververhit. Voorlopig maak ik me vooral zorgen over het verloop van zo’n wedstrijd. Hoe start je? Hoe hard gaat het? Moet ik in het begin rustig doen, of juist volgas gaan en later weer op adem komen? Om te pesten hebben de organisatoren mij een startplekje in het elitevak gegeven, tussen de écht snelle gasten. Ook heb ik het startnummer van een elite-rijder gekregen die is uitgevallen en ga ik daardoor min of meer als Ad den Brabander door het leven. Ad schijnt zelf ook op een Koga te rijden en een ‘goede gast’ te zijn, zo verneem ik. Van mederijders krijg ik een verwarde blik: dat lijkt de fiets van Ad, het is zelfs het startnummer van Ad, maar die kerel? Dat is Ad niet! Ze snappen er geen bal van en ik word er alleen maar nog ongemakkelijker van.

Derpbikers Beachrace

Opgejaagd wild op het strand

Het elitevak en ‘de meute’ starten op hetzelfde moment. Ik heb ruim driehonderd man achter me staan die het liefst dóór me naar voren willen. Ik ben in de naïeve veronderstelling dat ik bij de start weg kan fietsen. Maar het zand is te mul en op het moment dat het startschot valt, verlies ik kostbare seconden met het van mijn fiets af komen en naar een harder stuk zand rennen. Ik zie een meute rijders voor me weg schieten, met de wind mee naar het eerste keerpunt dat noordelijk van hier ligt. Zo moet een rots zich voelen die in een rivier ligt en met de stroom mee kijkt. Alles vliegt langs je heen en je staat zo stil dat je zelfs achteruit lijkt te gaan. Eenmaal op fietsbaar zand trap ik wat ik trappen kan. Ik ga hard, maar links en rechts gaan andere mensen nog harder. Mijn voorsprong vanwege het elitevak ben ik in ieder geval in de eerste tien seconden van de race weer verloren. Die eerste kilometers vliegen onder mijn wielen door, het strand is harder dan ik had verwacht, sneller ook. Ik vlieg!

Derpbikers Beachrace - 2

Survival is key

Bij het eerste keerpunt, we gaan van schuin voor de wind naar schuin tegen de wind in, word ik voor het eerst van mijn leven geconfronteerd met het fenomeen ‘waaierrijden’. De wind waait tegen het veld in en de beste strategie is die van kuddedieren, bij elkaar schuilen tegen die woeste vijand. Wielrenners kennen niet anders, de voorste man/vrouw rijdt een poosje in de zwaarste positie, waar je de meeste wind vangt. De anderen blijven uit de wind achter de voorste rijder hangen en besparen zo veel kracht. Hoe lang je in de voorste positie blijft rijden is afhankelijk van je conditie, de windrichting en het tactische steekspelletje. Heb je genoeg gehad dan stop je met trappen, maak je een knikje met je elleboog ten teken dat je je iets laat terugvallen. Naar het einde van de groep, totdat je weer aan de beurt bent.

Derpbikers Beachrace-3

Tot zover de theorie. Waar op de weg waaiers meestal een vrij strakke vorm en beweging aanhangen, kan het er bij strandracen aanzienlijk chaotischer aan toegaan. Windvlagen, een zwalkende waterlijn en stukken mul zand kunnen ervoor zorgen dat de waaier veel meer beweegt. En die beweging wordt altijd uitvergroot. Als de eerste man tien centimeter uitwijkt, versterkt zich dat makkelijk tot een zwabber van meer dan een meter aan het eind van de waaier. Bovendien vergt het aanpikken in het staartje van de waaier een beetje brutaliteit en een onverschrokken invoegmethode. Laat je ruimte over dan manoeuvreert iemand anders er tussen. Op zich niet heel erg, maar in dit eerste tegenwindstuk laat ik een gaatje vallen. Ik knipper twee keer met mijn ogen en het is gebeurd: het gaatje wordt een gat van twee meter, drie meter en de wind slaat er tussen. Opeens kan ik niet meer meekomen met ‘mijn’ waaier. Het gat rekt zich in een tiental seconden op tot dertig meter en wat ik ook doe en probeer, ik krijg het niet meer dichtgereden. Ik voel me als het babyhert dat tijdens een aanval van een bergleeuw van de kudde wordt gescheiden. Jammer dan, niet slim of snel genoeg. Darwin rekent af en ik moet de groep laten schieten. Als babyhert was ik nu dood geweest.

Derpbikers Beachrace-5

Wat te doen?

Mijn eerste instinct is om er zo hard mogelijk achteraan te rijden, maar het wordt me snel duidelijk dat dit pure zelfmoord is. De snelheid valt te ver terug en mijn benen lopen leeg. Een blik over mijn schouder vertelt me alles wat ik moet weten: honderd meter achter me komt een nieuwe waaier aanrijden, dit is mijn nieuwe kudde. Met meer bravoure dan mijn ervaring zou moeten toelaten voeg ik me in deze waaier en besluit ik retestrak tussen de andere vogels te blijven vliegen. Iemand schreeuwt naar me: “Fietsen, Rambo!” Noemt hij me zo omdat ik een baard heb? Is dit de bijnaam van Ad? Mijn verwarring is groot en ik meen op zijn gezicht ook een vertwijfelde blik te zien. Deze groep voelt ervaren, het tempo ligt hoog, er wordt soepel doorgedraaid en nog voor het zuidelijke keerpunt (waar we weer terugdraaien naar voor de wind rijden) halen we mijn ‘oude’ waaier bij. De Rambo-roeper laat niet meer van zich horen. Als twee zwermen vogels voegen de groepen zich samen, er wordt woordloos een nieuw ritme afgestemd en de laatste kilometer tot het keerpunt vliegt voorbij.

Derpbikers Beachrace-6

Waar je op het rechte eind graag in de groep wil zitten, bij een keerpunt wil je dat niet! Pal voor mijn neus gaat iemand onderuit en ik moet in de ankers, terwijl ik een goede en stabiele lijn door het mulle zand had. De snelheid is eruit. Met het nodige gehannes stap ik af en sprint ik door het mulle zand zoekend naar een stukje verharding om weer snelheid te kunnen maken. De waaier is bij het keerpunt uit elkaar gevallen in kleinere groepjes van drie tot vier man. Zelfs voor de wind rijden gaat harder in een groepje dan solo, ik zie de snelheid oplopen tot achter in de dertig kilometer per uur. Op deze manier vliegen de kilometers onder onze banden door en kunnen we ons gaan opmaken voor de speciale hindernis die de Derpbikers in het parcours hebben bedacht: de zogenaamde Zandmotor doet nog het meest aan een hindernis op een baan voor tanks denken. Twee hoge wallen van erg mul zand maken het onmogelijk hier nog te fietsen. Het is rennen geblazen! En net als bij het zuidelijke keerpunt moet je rennen tot je een stuk zand tegenkomt dat hard genoeg is om weer op je zadel te springen, in te klikken en snelheid te maken. De wind duwt in onze ruggen en we gieren over het strand, een halve kilometer na de Zandmotor moeten we bij de finishpoort weer even het mulle zand in en hier gebeurt het: ik raak de aansluiting met mijn groepje kwijt. De volgende kilometers voor de wind zijn frustrerend, ik zie ze nog geen 200 meter voor me rijden. Maar met de kracht die ik op dat moment uit mijn benen pers, krijg ik het gat niet dicht. Ongeveer een kilometer voor het keerpunt, met de wind nog veilig in mijn rug begint het opeens te dagen: als ik ze voor het keerpunt niet inhaal, draai ik zo de tegenwind in. In mijn eentje.

Derpbikers Beachrace-7

Terwijl het keerpunt snel nadert, kijk ik nog even over mijn schouder en word ik nog kwader op mezelf. De eerste paar honderd meter achter me rijdt niemand, er is geen enkele waaier waar ik me bij aan kan sluiten. Dat eerste stuk tegenwind gaat pijn doen. Een laatste vertwijfelde sprint brengt me niet waar ik op hoop, de aansluiting met het groepje voor me. Met het lood in mijn fietsschoenen draai ik rond, ik trek mijn kop tussen mijn schouders en begin te malen. Kostbare tijd verliezende, laat ik me gedwee door de volgende waaier binnenhalen, weerstand bieden heeft geen zin. In mijn eentje kan ik hier toch niet tegenin. Als ik eenmaal ben aangesloten, draai ik veel zelfverzekerder mijn rondjes en neem ik mijn beurten op de kop. Het valt me op dat sommige rijders zichzelf zitten te drukken, die blijven in het staartje hangen om zoveel mogelijk kracht te sparen. In de aanloop naar het keerpunt pogen een paar mensen een ontsnapping te doen. Wegrijden tegen de wind in is bijna niet te doen, maar als je snel kan keren en wegwezen voor de wind, maak je een kans. Ik besluit vooral goed te keren en daarna nog even te beuken. Er zit nog wel wat energie in de tank.

Derpbikers Beachrace-8

Ik kom, half rijdend half voet aan de grond, het keerpunt door en begin te stampen. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar ik heb vleugels. Als een postduif die het thuishonk ruikt. Ik haal andere rijders in die stuk zitten. Ze komen nog wel vooruit, maar kunnen niet zo hard meer. De tweede keer Zandmotor gaat in een roes voorbij en het laatste stuk hard strand gebruik ik om een enorme aanloop te nemen richting de finishboog. Ik wil niet nóg een keer van mijn fiets af. Die tactiek werkt en opeens ben ik er! Ik sta even te puffen en zie andere rijders binnendruppelen. Deelnemers feliciteren elkaar met het behalen van de finish. Een onbekende geeft een klap op mijn schouders. “Goed gedaan, Ad!”

Ik heb vooral zin in erwtensoep en een biertje in de sporthal.

Volgend jaar meedoen? Klik hier! Wees er snel bij, de race was dit jaar ruimschoots uitverkocht.

Dit artikel is afkomstig uit Up/Down Mountainbike Magazine #5. Mocht je dit magazine gemist hebben dan kun je deze bestellen in onze webshop. Voor het gemak kun je ook abonnee worden zodat je geen nummer meer hoeft te missen!